Vraag en aanbod verschuiven door veranderingen in factoren buiten de prijs. Bij vraag gaat het om inkomen, voorkeuren, prijzen van andere goederen en verwachtingen. Bij aanbod spelen productiekosten, technologie en het aantal aanbieders een rol. Deze verschuivingen leiden tot nieuwe evenwichtsprijzen in de markt.

Wat laat de vraag verschuiven?

De vraagcurve verschuift wanneer consumenten bij elke prijs meer of minder willen kopen. Dit gebeurt door factoren die niets met de huidige prijs te maken hebben.

Het inkomen van consumenten is de belangrijkste factor. Wanneer mensen meer geld verdienen, kopen ze doorgaans meer van normale goederen. Stel dat het gemiddelde inkomen in Nederland stijgt. Dan zal de vraag naar restaurants, nieuwe kleding en vakanties toenemen. Voor elke prijs willen mensen nu meer, dus de hele vraagcurve schuift naar rechts.

Bij inferieure goederen werkt het omgekeerd. Dit zijn producten die mensen minder kopen als ze rijker worden. Denk aan merkloze producten in de supermarkt of tweedehands kleding. Als inkomens stijgen, daalt de vraag naar deze goederen.

Voorkeuren en trends veranderen ook de vraag. Toen Netflix populair werd, steeg de vraag naar streamingdiensten en daalde de vraag naar DVD's. Corona zorgde voor meer vraag naar thuiswerkspullen en minder naar kantoorkleding.

Prijzen van andere goederen

De prijs van verwante producten beïnvloedt de vraag. Er zijn twee soorten relaties tussen goederen.

Substituutgoederen zijn producten die je in plaats van elkaar gebruikt. Boter en margarine zijn substituten. Als boter duurder wordt, stijgt de vraag naar margarine. Mensen schakelen over naar het goedkopere alternatief. De vraagcurve van margarine schuift naar rechts, ook al is de prijs van margarine zelf niet veranderd.

Complementaire goederen gebruik je juist samen. Auto's en benzine zijn complementen. Als benzine veel duurder wordt, daalt de vraag naar auto's. Mensen rijden minder of kopen zuinigere auto's. Ook printers en inktpatronen zijn complementen. Een goedkope printer stimuleert de vraag naar inktpatronen.

Verwachtingen over de toekomst spelen eveneens een rol. Als mensen denken dat huizenprijzen gaan stijgen, willen ze nu al een huis kopen. De huidige vraag naar woningen neemt toe. Verwachten consumenten dat een product binnenkort goedkoper wordt? Dan wachten ze met kopen en daalt de huidige vraag.

Verschuivingen van het aanbod

Het aanbod verschuift wanneer producenten bij elke prijs meer of minder willen leveren. Productiekosten zijn hier de hoofdfactor.

Stijgende loonkosten verhogen de productiekosten. Bedrijven moeten dan een hogere prijs vragen om hetzelfde te kunnen leveren, of ze leveren minder bij dezelfde prijs. De aanbodcurve schuift naar links. Dalende energieprijzen werken omgekeerd: lagere kosten maken het goedkoper om te produceren, dus het aanbod stijgt.

Technologische vooruitgang verlaagt vaak de productiekosten. Nieuwe machines, betere software of efficiëntere processen zorgen ervoor dat bedrijven meer kunnen produceren tegen lagere kosten. De aanbodcurve schuift naar rechts. Denk aan hoe computers steeds goedkoper werden door betere productietechnieken.

Het aantal aanbieders in de markt bepaalt ook het totale aanbod. Treden er nieuwe bedrijven toe? Dan stijgt het aanbod. Stoppen bedrijven ermee? Dan daalt het aanbod. In opkomende sectoren zoals zonnepanelen zien we vaak veel nieuwe aanbieders, wat het aanbod doet groeien.

Overheidsbeleid en natuurlijke factoren

De overheid kan het aanbod beïnvloeden door belastingen en subsidies. Een hogere BTW verhoogt de kosten voor bedrijven, wat het aanbod doet dalen. Subsidies voor duurzame energie verlagen juist de kosten en stimuleren het aanbod.

Regelgeving speelt ook een rol. Strengere milieueisen kunnen de productiekosten verhogen en het aanbod verlagen. Aan de andere kant kunnen nieuwe vergunningen het aantal aanbieders doen groeien.

Natuurlijke factoren treffen vooral landbouw en grondstoffen. Een droge zomer vermindert de oogst en laat het aanbod van graan dalen. Ontdekking van nieuwe olievoorraden verhoogt het aanbod van olie. Het weer, natuurrampen en seizoenen zorgen voor verschuivingen die bedrijven niet kunnen beheersen.

Ook verwachtingen van producenten doen ertoe. Denken boeren dat graanprijzen binnenkort stijgen? Dan houden ze hun voorraad vast en daalt het huidige aanbod. Verwachten fabrikanten lagere prijzen? Dan proberen ze nu nog snel te verkopen en stijgt het aanbod tijdelijk.

Nieuwe evenwichten door verschuivingen

Wanneer vraag of aanbod verschuift, ontstaat er een nieuw marktevenwicht. De evenwichtsprijs en -hoeveelheid veranderen.

Stijgende vraag bij gelijk aanbod leidt tot hogere prijzen en meer verkochte hoeveelheden. Denk aan de woningmarkt: meer vraag door lage rente en bevolkingsgroei, maar beperkt aanbod. Resultaat: hogere huizenprijzen.

Stijgend aanbod bij gelijke vraag zorgt voor lagere prijzen en meer verkopen. De smartphone-markt laat dit zien: steeds meer fabrikanten, betere technologie en lagere productiekosten hebben telefoons goedkoper gemaakt ondanks meer functies.

Soms verschuiven vraag en aanbod tegelijk. Corona liet de vraag naar vliegtickets dalen (mensen mochten niet reizen), terwijl luchtvaartmaatschappijen ook hun aanbod verminderden (minder vluchten). Het netto-effect op prijzen hing af van welke verschuiving groter was.

Het begrijpen van deze verschuivingen helpt je de prijsbeweging van producten, diensten en financiële markten te doorgrond. Markten zoeken voortdurend een nieuw evenwicht als omstandigheden veranderen.

Bronnen

  1. OpenStax Economics (2016): Principles of Economics - Supply and Demand Analysis Conceptuele basisprincipes van vraag- en aanbodverschuivingen