In het kort
- Tarief: 36% over een verondersteld rendement, niet over je echte winst.
- Vrij: € 59.357 per persoon, € 118.714 met een fiscale partner.
- Verondersteld rendement: 1,28% op spaargeld (voorlopig) en 6,00% op beleggingen.
- Peildatum: je vermogen op 1 januari 2026.
- Bron: Belastingdienst, regels 2026, gecontroleerd op 25 augustus 2026.
Wat valt in box 3?
De inkomstenbelasting heeft drie boxen. Box 1 gaat over werk en je eigen huis. Box 2 gaat over een groot belang in een eigen bv. Box 3 gaat over sparen en beleggen.
In box 3 tellen onder meer mee:
- spaargeld en betaalrekeningen;
- aandelen, fondsen, ETF's en obligaties;
- crypto;
- een tweede huis of een verhuurde woning;
- geld dat je aan iemand hebt uitgeleend;
- contant geld boven € 672.
Je eigen huis valt niet in box 3. Pensioen via je werkgever en een lijfrente die aan de regels voldoet ook niet.
De peildatum is 1 januari
Box 3 kijkt naar één moment: 1 januari van het jaar. Wat je die dag bezat, bepaalt je belasting voor heel 2026. Krijg je in maart een erfenis, dan telt die pas mee in 2027. Verkoop je op 3 januari al je aandelen, dan tellen ze voor 2026 toch volledig mee als belegging.
Over de eerste € 59.357 betaal je niets
Dat bedrag heet het heffingsvrij vermogen. Met een fiscale partner is het samen € 118.714. Jullie mogen het vermogen onderling verdelen zoals jullie willen. Blijf je met je hele vermogen onder de grens, dan betaal je geen box 3-belasting.
De som in zes stappen
De Belastingdienst kijkt niet naar je echte opbrengst. Hij rekent met een vast percentage per soort bezit.
| Soort bezit | Verondersteld rendement 2026 |
|---|---|
| Spaargeld en betaalrekeningen | 1,28% (voorlopig) |
| Beleggingen en overige bezittingen | 6,00% |
| Schulden | 2,70% (voorlopig) |
- Tel je bezit op 1 januari op per soort.
- Vermenigvuldig elke soort met zijn percentage. Dat is je verondersteld rendement.
- Deel dat rendement door je totale vermogen. Dat is je rendementspercentage.
- Haal € 59.357 van je vermogen af.
- Vermenigvuldig wat overblijft met je rendementspercentage. Dat heet het voordeel uit sparen en beleggen.
- Over dat voordeel betaal je 36%.
Rekenvoorbeeld
Stel: je hebt op 1 januari 2026 € 40.000 spaargeld en € 80.000 in een indexfonds. Je hebt geen schulden en geen fiscale partner.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Spaargeld | € 40.000 × 1,28% | € 512 |
| Beleggingen | € 80.000 × 6,00% | € 4.800 |
| Verondersteld rendement | € 5.312 | |
| Rendementspercentage | € 5.312 gedeeld door € 120.000 | 4,43% |
| Boven de vrijstelling | € 120.000 min € 59.357 | € 60.643 |
| Voordeel | € 60.643 × 4,43% | € 2.684 |
| Box 3-belasting | € 2.684 × 36% | € 966 |
Wil je dit met je eigen bedragen doen? Gebruik de rekentool Box 3 berekenen.
Waarom de verdeling zoveel uitmaakt
Het percentage voor beleggingen is bijna vijf keer zo hoog als dat voor spaargeld. Daardoor betaalt iemand met hetzelfde vermogen soms vier keer zoveel.
Rekenvoorbeeld met € 120.000, geen partner:
- Alles op een spaarrekening: € 279 box 3-belasting.
- Alles belegd: € 1.310 box 3-belasting.
Het verschil zit niet in wat je echt verdiende. Het zit alleen in de vorm waarin je vermogen op 1 januari stond.
Hoe tellen schulden mee?
Schulden in box 3 verlagen je vermogen, maar pas boven een drempel van € 3.800 per persoon. Denk aan een lening voor een tweede huis of een persoonlijke lening. De hypotheek op je eigen huis hoort in box 1 en telt hier niet mee. Over schulden boven de drempel wordt 2,70% afgetrokken van je verondersteld rendement. Ook dat percentage is voorlopig.
Was je echte rendement lager?
Het percentage van 6,00% is een aanname. In een slecht beursjaar verdien je misschien niets of lijd je verlies. Sinds de uitspraken van de Hoge Raad in december 2021 en juni 2024 mag je dan aantonen wat je echt verdiende. Dat heet tegenbewijs. Lag je echte rendement lager dan het veronderstelde, dan betaal je over het lagere bedrag.
Let op twee dingen. Koersstijging die je nog niet verkocht, telt bij tegenbewijs wel mee als rendement. En de vrijstelling van € 59.357 speelt bij die vergelijking geen rol. Hoe het precies werkt, lees je in Tegenbewijs indienen: wanneer loont het?
Wat verandert er na 2026?
Het stelsel met veronderstelde rendementen gaat verdwijnen. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een nieuwe richting: vanaf 2028 wordt koerswinst op aandelen en obligaties pas belast als je verkoopt. Rente en dividend worden dan elk jaar belast. Het plan moet nog door de Eerste Kamer. Wat dit voor jou betekent, lees je in Box 3 vanaf 2028: wat verandert er?
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.