Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
Stand van zaken op 22 oktober 2026
| Datum | Wat er gebeurde |
|---|---|
| 12 februari 2026 | De Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan. |
| 19 juni 2026 | De staatssecretaris noemt mogelijke verzachtingen, zoals een lager tarief van 35%. |
| Zomer 2026 | De Eerste Kamer stelt de stemming uit tot er een aanpassing van de wet ligt. |
| 29 september 2026 | Het kabinet kiest voor een vermogenswinstbelasting op financiële beleggingen vanaf 2028. |
| 2 oktober 2026 | Een ontwerp van die aanpassing gaat voor spoedadvies naar de Raad van State. |
| Vóór 31 december 2026 | De Eerste Kamer moet over de aangepaste wet stemmen. |
Wat verandert er volgens het plan?
Koerswinst op aandelen en obligaties: pas bij verkoop. Stijgt je indexfonds in 2028 met € 8.000 en verkoop je niets, dan betaal je over die stijging nog niets. Verkoop je in 2031, dan betaal je over de winst die je dan maakt. Volgens het kabinet gaat het om ongeveer 90% van het vermogen in box 3 dat in waarde kan stijgen of dalen.
Rente en dividend: elk jaar. De rente op je spaarrekening en het dividend dat je ontvangt, tellen elk jaar mee. Daar verandert het uitstel tot verkoop niets aan.
Vrij rendement in plaats van vrij vermogen. De vrijstelling van € 59.357 vermogen verdwijnt. Daarvoor komt een vrijstelling van € 1.000 rendement per persoon, € 2.000 met een fiscale partner. In het eerdere wetsvoorstel was dat nog € 1.800 per persoon.
Tarief. Het plan rekent met 36%. Een verlaging naar 35% is genoemd, maar niet besloten.
Andere bezittingen volgen later. Voor een tweede huis, verhuurde woningen en andere bezittingen komt de overstap in 2030. Crypto die je zelf bewaart, spaargeld en verzekeringsproducten vallen tot 2030 naar verwachting onder een jaarlijkse belasting op werkelijk rendement.
Rekenvoorbeeld: je verkoopt niets
Stel: je hebt € 40.000 spaargeld tegen 1,5% rente en € 80.000 in een indexfonds dat 2% dividend uitkeert. Je hebt geen fiscale partner en verkoopt in 2028 niets.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rente | € 40.000 × 1,5% | € 600 |
| Dividend | € 80.000 × 2,0% | € 1.600 |
| Verkochte koerswinst | € 0 | |
| Rendement | € 2.200 | |
| Min vrij rendement | € 1.000 | |
| Belastbaar | € 1.200 | |
| Belasting plan 2028 | € 1.200 × 36% | € 432 |
Met dezelfde bedragen betaal je in 2026 € 966. Wie zijn beleggingen laat staan, betaalt volgens dit plan dus minder per jaar.
Rekenvoorbeeld: je verkoopt met winst
Zelfde situatie, maar je verkoopt in 2028 een deel van je fonds met € 10.000 winst.
| Stap | Bedrag |
|---|---|
| Rente en dividend | € 2.200 |
| Verkochte koerswinst | € 10.000 |
| Min vrij rendement | € 1.000 |
| Belastbaar | € 11.200 |
| Belasting plan 2028 (36%) | € 4.032 |
In het jaar dat je verkoopt, betaal je dus veel meer. Over meerdere jaren gemeten hangt het af van hoeveel je fonds stijgt en wanneer je verkoopt.
Wat staat nog niet vast?
- De waarde waarmee je begint. Telt koerswinst van vóór 2028 mee als je na 2028 verkoopt, of start iedereen met de waarde op 1 januari 2028? Dat moet de aangepaste wet regelen.
- Verliezen. In het eerdere voorstel kon je verlies verrekenen met winst in latere jaren, boven een drempel van € 500 per jaar. Of dat zo blijft bij een belasting op verkoop, is nog niet duidelijk.
- De bedragen. € 1.000 vrij rendement en 36% komen uit de plannen van september 2026. De Eerste Kamer kan de wet nog tegenhouden.
Wat geldt tot 2028?
Voor 2026 en 2027 blijft het huidige stelsel met veronderstelde rendementen gelden. Was je echte rendement lager, dan kun je tegenbewijs indienen. Lees daarover Tegenbewijs indienen: wanneer loont het?
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. De plannen kunnen nog veranderen; we werken dit artikel bij zodra er nieuws is.