In het kort
- Je vergelijkt je echte rendement met het veronderstelde rendement van de Belastingdienst.
- Koersstijging die je niet verkocht, telt bij je echte rendement wel mee.
- De vrijstelling van € 59.357 doet bij die vergelijking niet mee.
- Over 2025 en later: opgeven in je aangifte. Over 2024 en eerder: met het formulier Opgaaf werkelijk rendement.
- Bron: Belastingdienst en Wet tegenbewijsregeling box 3, gecontroleerd op 22 oktober 2026.
Waarom bestaat tegenbewijs?
Box 3 rekent met een vast verondersteld rendement: in 2026 1,28% op spaargeld en 6,00% op beleggingen. De Hoge Raad oordeelde in december 2021 en juni 2024 dat dit niet mag leiden tot belasting over rendement dat je nooit had. Sindsdien mag je aantonen wat je echt verdiende. De regels daarvoor staan in de Wet tegenbewijsregeling box 3.
Wat telt als je echte rendement?
Je telt bij elkaar op wat je vermogen in dat jaar opleverde:
- rente op je spaargeld;
- dividend;
- huur, als je een woning verhuurt;
- de waardeverandering van je beleggingen tussen 1 januari en 31 december, ook als je niets verkocht.
Betaalde rente op schulden in box 3 haal je ervan af. Kosten, zoals de kosten van je broker, mag je in de regel niet aftrekken.
De waardeverandering is het lastigste deel. Je neemt de waarde op 31 december, haalt de waarde op 1 januari eraf, en corrigeert voor geld dat je in dat jaar stortte of opnam. Anders zou een storting van € 5.000 lijken op € 5.000 winst.
Wanneer loont het?
Het loont als de belasting over je echte rendement lager uitkomt dan de belasting die je nu betaalt. Omdat de vrijstelling van € 59.357 bij tegenbewijs niet meedoet, is het verschil niet altijd groot. In een jaar met verlies scheelt het veel. In een jaar met een redelijk rendement soms niets.
Rekenvoorbeeld: een slecht beursjaar
Stel: je had op 1 januari 2026 € 40.000 spaargeld en € 80.000 in een indexfonds, geen schulden, geen fiscale partner. Met de gewone regels betaal je over 2026 € 966.
In 2026 ontving je € 600 rente en € 1.600 dividend. Je fonds daalde in waarde met € 8.000. Je stortte en nam niets op.
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Rente | € 600 |
| Dividend | € 1.600 |
| Waardeverandering fonds | € -8.000 |
| Echt rendement | € -5.800 |
Je echte rendement is negatief. Met tegenbewijs betaal je over 2026 geen box 3-belasting, in plaats van € 966.
Rekenvoorbeeld: een gewoon jaar
Zelfde bedragen, maar je fonds steeg met € 6.000. Je echte rendement is dan € 600 plus € 1.600 plus € 6.000: € 8.200. Dat is hoger dan het veronderstelde rendement van € 5.312. Tegenbewijs levert dan niets op en je betaalt gewoon € 966.
Waar geef je het op?
| Belastingjaar | Hoe |
|---|---|
| 2026 | In je aangifte inkomstenbelasting over 2026, die je in 2027 doet. |
| 2025 | In je aangifte inkomstenbelasting over 2025. De gegevens zijn niet vooraf ingevuld. |
| 2021 tot en met 2024 | Met het formulier Opgaaf werkelijk rendement in Mijn Belastingdienst. |
| 2017 tot en met 2020 | Alleen als je destijds op tijd bezwaar maakte of om vermindering vroeg. |
Over 2017 tot en met 2020 besliste de Hoge Raad op 25 juni 2026: wie geen bezwaar maakte en een definitieve aanslag had van vóór het Kerstarrest, kan geen tegenbewijs meer indienen.
Wat heb je nodig?
- De jaaroverzichten van je bank en broker over dat jaar.
- De waarde van elke belegging op 1 januari en 31 december.
- Een overzicht van wat je stortte, opnam, kocht en verkocht.
- Voor een verhuurde woning: de huur die je ontving en de WOZ-waarde.
Bewaar die overzichten, ook als tegenbewijs nu niets oplevert. In een slecht jaar heb je ze nodig.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Twijfel je over je eigen jaren, vraag dan een belastingadviseur.