Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- Heffingsvrij vermogen in 2027 (plan): € 30.846 per persoon, € 61.692 met fiscale partner. In 2026: € 59.357.
- Forfait voor overige bezittingen, zoals beleggingen: 1,5 procentpunt hoger dan nu.
- Wie in 2026 nog net onder de vrijstelling zat, gaat in 2027 wel box 3 betalen.
- Status: plan van het kabinet, nog niet aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer.
- Bron: Kamerbrief van 29 september 2026 (Kamerstuk 37020-62).
Wat wil het kabinet in 2027 veranderen?
In 2027 werkt box 3 nog met veronderstelde rendementen, net als nu. Het kabinet wil twee dingen aanpassen. Het heffingsvrij vermogen gaat terug naar het niveau van 2020: € 30.846 per persoon in plaats van € 59.357. En het forfaitaire rendement op overige bezittingen gaat met 1,5 procentpunt omhoog. Onder overige bezittingen vallen onder meer je beleggingen, maar volgens de brief ook huurinkomsten en het voordeel van een tweede woning die je zelf gebruikt.
In de Kamerbrief staan beide maatregelen bij de dekking: ze betalen mee aan de andere voorstellen uit dezelfde brief, zoals de overstap op belasting bij verkoop vanaf 2028.
Wat betaal je dan? Vijf rekenvoorbeelden
We rekenen 2027 met de percentages van 2026: 1,28% voor spaargeld en 6,00% plus 1,5 procentpunt, dus 7,50%, voor beleggingen. De echte percentages voor 2027 stelt de Belastingdienst later vast. Het tarief blijft 36%.
| Situatie | 2026 | Plan 2027 | Verschil |
|---|---|---|---|
| € 50.000 spaargeld | € 0 | € 88 | + € 88 |
| € 100.000 spaargeld | € 187 | € 319 | + € 132 |
| € 40.000 spaargeld en € 80.000 beleggingen | € 966 | € 1.742 | + € 776 |
| Zelfde bedragen, met fiscale partner | € 20 | € 1.139 | + € 1.119 |
| € 20.000 spaargeld en € 200.000 beleggingen | € 3.222 | € 4.722 | + € 1.500 |
De grootste stijging zit bij mensen die net boven de oude vrijstelling zaten, en bij partners: hun gezamenlijke vrijstelling daalt van € 118.714 naar € 61.692. Reken je eigen bedragen uit in de rekentool box 3, die 2026, 2027 en 2028 naast elkaar zet.
Zo reken je het zelf na
Het voorbeeld met € 40.000 spaargeld en € 80.000 beleggingen, alleenstaand:
| Stap | Bedrag |
|---|---|
| Spaargeld € 40.000 × 1,28% | € 512 |
| Beleggingen € 80.000 × 7,50% | € 6.000 |
| Forfaitair rendement, 5,43% van € 120.000 | € 6.512 |
| Vermogen boven € 30.846 | € 89.154 |
| Voordeel: 5,43% daarvan | € 4.838 |
| Belasting 36% | € 1.742 |
Wat staat nog niet vast?
- Of het doorgaat. Het is een voorstel. Het moet nog in een wet komen en door de Tweede en de Eerste Kamer.
- De percentages voor 2027. De Belastingdienst stelt elk jaar nieuwe forfaits vast. Het percentage voor spaargeld hangt af van de rente in dat jaar.
- De hoogte van de vrijstelling. € 30.846 is het bedrag uit de brief. Bij de behandeling in de Kamers kan het nog veranderen.
En daarna, in 2028?
Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen op belasting over je echte rendement: rente en dividend elk jaar, koerswinst op aandelen, obligaties en opties pas als je verkoopt. Daarbij is de eerste € 1.000 rendement per persoon vrij. Het heffingsvrij vermogen uit 2027 verdwijnt dan weer. Lees meer in Box 3 vanaf 2028: wat verandert er?
Kun je iets doen?
Voorlopig niet: het plan ligt er nog niet definitief. Wel blijft in 2027 het stelsel met veronderstelde rendementen gelden. Was je echte rendement in dat jaar lager, dan kun je naar verwachting tegenbewijs indienen, net als nu. Lees daarover Tegenbewijs indienen: wanneer loont het?
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. De plannen kunnen nog veranderen; we werken dit artikel bij zodra er nieuws is.