Stand op . Na de stemming in de Tweede Kamer werken we deze pagina bij. Elk nieuwtje staat ook in Wat verandert er.
In het kort
- Aangenomen: de Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 aan op 12 februari 2026. De Eerste Kamer heeft nog niet gestemd.
- Aanpassing: het kabinet wil die wet met een novelle veranderen, zodat koerswinst op aandelen, obligaties en opties pas bij verkoop telt.
- Deadline: volgens het kabinet moet de novelle vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen.
- Volgende stap: de Tweede Kamer wil op 12 november 2026 over de novelle stemmen, samen met het Belastingplan 2027. Op 31 oktober was de novelle nog niet ingediend.
- Voor jou nu: voor 2026 verandert er niets. Box 3 rekent met een verondersteld rendement.
- Bron: Kamerbrief van 29 september 2026, Tweede Kamer en Eerste Kamer, gecontroleerd op 31 oktober 2026.
Wat is er tot nu toe gebeurd?
| Datum | Wat er gebeurde |
|---|---|
| 19 mei 2025 | Het kabinet dient de Wet werkelijk rendement box 3 in bij de Tweede Kamer |
| 12 februari 2026 | De Tweede Kamer neemt de wet aan |
| 30 juni 2026 | In de Eerste Kamer vraagt senator Crone de stemming uit te stellen tot de aangekondigde novelle |
| 29 september 2026 | Het kabinet kiest in een Kamerbrief voor een novelle: belasting bij verkoop op aandelen, obligaties en opties vanaf 2028 |
| 2 oktober 2026 | Het ontwerp van de novelle gaat naar de Raad van State |
| 5 oktober 2026 | De commissie Financiën van de Eerste Kamer praat met de minister en de staatssecretaris |
| 9 oktober 2026 | De commissie Financiën van de Tweede Kamer vraagt om een stemming op 12 november, met het Belastingplan 2027 |
| 13 oktober 2026 | De commissie Financiën van de Eerste Kamer stemt voorlopig in met de route, onder voorwaarden |
| 31 oktober 2026 | De novelle staat nog niet op de site van de Tweede Kamer |
De datums komen van de pagina's van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over wetsvoorstel 36748, de brief van 9 oktober en de persconferentie van 2 oktober.
Wat is een novelle?
Een novelle is volgens de Eerste Kamer een wetsvoorstel dat een ander wetsvoorstel verbetert of aanvult. Dat gebeurt als de Tweede Kamer een wet al heeft aangenomen en die nog bij de Eerste Kamer ligt. De Eerste Kamer stelt haar behandeling dan uit tot de Tweede Kamer de novelle heeft aangenomen. Daarna worden de wet en de novelle samen gepubliceerd.
Hier verandert de novelle vooral één ding. In de wet zoals de Tweede Kamer die aannam, telt ook koerswinst die je niet verkocht elk jaar mee. Met de novelle wil het kabinet koerswinst op aandelen, obligaties en opties pas belasten als je verkoopt, vanaf 2028. Voor de overige bezittingen volgt dat in 2030. Wat er dan precies verandert, lees je in Box 3 vanaf 2028.
Wat moet er nog gebeuren?
- De Raad van State geeft spoedadvies over het ontwerp. Daar heeft het kabinet om gevraagd.
- Het kabinet dient de novelle in bij de Tweede Kamer.
- De Tweede Kamer behandelt de novelle en stemt erover. De commissie Financiën vroeg om een stemming op 12 november 2026, dezelfde dag als over het Belastingplan 2027.
- De Eerste Kamer behandelt de wet en de novelle samen. Haar commissie Financiën stemde op 13 oktober voorlopig in met die route, als het spoedadvies van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst er allebei zijn.
- Alles moet vóór 31 december 2026 rond zijn. Het kabinet noemt dat in de Kamerbrief zelf een ambitieus tijdpad.
En als het niet op tijd lukt?
Dat staat niet in de Kamerbrief. Een uitstel naar 2029 noemt het kabinet daarin niet. Wel schrijft het dat het eerste jaar zwaar wordt voor de Belastingdienst en voor belastingplichtigen, omdat banken in ieder geval in het eerste jaar geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Dat komt ook terug in de uitvoeringstoets.
Op 5 oktober zei minister Heinen in de Eerste Kamer dat de voorgestelde verlaging van het heffingsvrij vermogen in 2027 niet de definitieve grens wordt. Ook dat plan kan dus nog veranderen. Meer in Box 3 in 2027.
Wat betekent dit nu voor jou?
Voor 2026 verandert er niets. Box 3 rekent met je vermogen op 1 januari 2026 en een verondersteld rendement: 1,28% (voorlopig) op spaargeld en 6,00% op beleggingen, met € 59.357 vrij per persoon. Dat geef je in het voorjaar van 2027 op in je aangifte over 2026. Was je echte rendement lager, dan kun je tegenbewijs indienen.
Wat je volgens de plannen in 2027 en 2028 betaalt, zie je naast elkaar in de rekentool box 3. Zolang de plannen geen wet zijn, staan ze daar als plan.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Wat er in november en december in de Tweede en de Eerste Kamer gebeurt, zetten we met datum en bron in Wat verandert er.