Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- 2027: de verlaging van het heffingsvrij vermogen gaat niet door. Met € 100.000 belegd betaal je naar verwachting € 877 in plaats van € 1.959.
- 2028: komt het nieuwe stelsel pas in 2029, dan geldt in 2028 naar verwachting nog het huidige stelsel. Met € 100.000 belegd is dat € 877, tegen € 72 in het nieuwe stelsel als je niets verkoopt.
- Spaarders: met veel spaargeld is het huidige stelsel juist goedkoper, in ons rekenvoorbeeld vanaf ongeveer € 475.000.
- Status: plannen van het kabinet, nog niet aangenomen. De bedragen voor 2027 en 2028 zijn nog niet bekend; we rekenen met de regels van 2026.
- Bron: Kamerbrief van 3 november 2026, gecontroleerd op 4 november 2026.
Wat is er uitgesteld en wat is geschrapt?
Op 3 november 2026 paste het kabinet zijn plannen voor box 3 aan, in een Kamerbrief van minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg. Twee dingen zijn voor je portemonnee belangrijk:
- Geschrapt: de verlaging van het heffingsvrij vermogen naar € 30.846 per persoon en het hogere forfait voor beleggingen in 2027. Die stonden in de Kamerbrief van 29 september 2026, met 7,87% op beleggingen in het ontwerp van de novelle, volgens het advies van de Raad van State.
- Uitgesteld: het nieuwe stelsel, met belasting over rente en dividend en over koerswinst pas bij verkoop. Dat start uiterlijk in 2029, en in 2028 als de banken dat kunnen.
Hoe het besluit tot stand kwam, met de tijdlijn en het advies van de Raad van State, lees je in Nieuw box 3 uitgesteld naar 2029.
2027: wat het schrappen van de verlaging scheelt
In 2027 rekent box 3 naar verwachting zoals in 2026: € 59.357 vrij per persoon, 1,28% op spaargeld en 6,00% op beleggingen. Volgens het geschrapte plan was er nog € 30.846 vrij geweest, met 7,87% op beleggingen. Zoveel scheelt dat per jaar, zonder fiscale partner en zonder schulden:
Alles belegd
| Vermogen | Geschrapt plan | Verwacht 2027 | Scheelt |
|---|---|---|---|
| € 50.000 | € 542 | € 0 | € 542 |
| € 75.000 | € 1.250 | € 337 | € 913 |
| € 100.000 | € 1.959 | € 877 | € 1.082 |
| € 150.000 | € 3.375 | € 1.957 | € 1.418 |
| € 200.000 | € 4.792 | € 3.037 | € 1.755 |
| € 300.000 | € 7.625 | € 5.197 | € 2.428 |
| € 500.000 | € 13.291 | € 9.517 | € 3.774 |
| € 1 miljoen | € 27.457 | € 20.317 | € 7.140 |
Alles spaargeld
| Vermogen | Geschrapt plan | Verwacht 2027 | Scheelt |
|---|---|---|---|
| € 50.000 | € 88 | € 0 | € 88 |
| € 75.000 | € 203 | € 72 | € 131 |
| € 100.000 | € 318 | € 187 | € 131 |
| € 150.000 | € 549 | € 417 | € 132 |
| € 200.000 | € 779 | € 648 | € 131 |
| € 300.000 | € 1.240 | € 1.108 | € 132 |
| € 500.000 | € 2.161 | € 2.030 | € 131 |
| € 1 miljoen | € 4.465 | € 4.334 | € 131 |
Met € 40.000 spaargeld en € 80.000 beleggingen had je volgens het plan € 1.820 betaald. Nu is dat naar verwachting € 966. Wie belegt, wint het meest, omdat het hogere forfait vooral beleggingen raakte.
2028: wat het uitstel kost of oplevert
Het kabinet wilde het nieuwe stelsel in 2028 laten starten. Wordt dat 2029, dan betaal je in 2028 naar verwachting nog volgens het huidige stelsel. Hieronder zie je per vermogen wat dat jaar scheelt. Voor het nieuwe stelsel rekenen we met 1,5% rente op spaargeld, 2,0% dividend, € 1.800 vrij rendement en 36%, en je verkoopt niets. Voor het huidige stelsel rekenen we met de regels van 2026.
Alles belegd
| Vermogen | Huidig stelsel | Nieuw stelsel | Door het uitstel |
|---|---|---|---|
| € 50.000 | € 0 | € 0 | evenveel |
| € 75.000 | € 337 | € 0 | € 337 meer |
| € 100.000 | € 877 | € 72 | € 805 meer |
| € 150.000 | € 1.957 | € 432 | € 1.525 meer |
| € 200.000 | € 3.037 | € 792 | € 2.245 meer |
| € 300.000 | € 5.197 | € 1.512 | € 3.685 meer |
| € 500.000 | € 9.517 | € 2.952 | € 6.565 meer |
| € 1 miljoen | € 20.317 | € 6.552 | € 13.765 meer |
Alles spaargeld
| Vermogen | Huidig stelsel | Nieuw stelsel | Door het uitstel |
|---|---|---|---|
| € 50.000 | € 0 | € 0 | evenveel |
| € 75.000 | € 72 | € 0 | € 72 meer |
| € 100.000 | € 187 | € 0 | € 187 meer |
| € 150.000 | € 417 | € 162 | € 255 meer |
| € 200.000 | € 648 | € 432 | € 216 meer |
| € 300.000 | € 1.108 | € 972 | € 136 meer |
| € 500.000 | € 2.030 | € 2.052 | € 22 minder |
| € 1 miljoen | € 4.334 | € 4.752 | € 418 minder |
Wie belegt en niets verkoopt, betaalt in het huidige stelsel veel meer: box 3 rekent dan met 6,00% op je beleggingen, terwijl het nieuwe stelsel alleen je dividend belast. Met veel spaargeld is het andersom. Het huidige stelsel rekent met 1,28% en een vrijstelling van € 59.357 vermogen, het nieuwe met je echte rente en maar € 1.800 vrij rendement.
Verkoop je in 2028 met winst, dan pakt het uitstel voor beleggers anders uit. In het nieuwe stelsel betaal je 36% over die winst, in het huidige stelsel niet apart. En lukt het de banken toch om in 2028 te starten, dan geldt de kolom nieuw stelsel al voor 2028.
Wat staat nog niet vast?
- De bedragen voor 2027 en 2028. De Belastingdienst stelt de percentages elk jaar vast. Het percentage voor spaargeld hangt af van de rente.
- Het startjaar. Uiterlijk 2029, en 2028 als de banken dat kunnen.
- De regels van het nieuwe stelsel. De aangepaste novelle was op 4 november 2026 nog niet ingediend. Het vrije rendement van € 1.800 en het tarief van 36% komen uit het wetsvoorstel.
- Of het doorgaat. De Tweede en de Eerste Kamer moeten de plannen nog aannemen.
Reken je eigen situatie uit
De tabellen gaan uit van alleen spaargeld of alleen beleggingen. In de rekentool box 3 vul je je eigen bedragen in, met schulden, je fiscale partner, je rente en je dividend. Meer bedragen staan in box 3 in één tabel, en wat er in het nieuwe stelsel precies verandert, lees je in Het nieuwe box 3 vanaf 2029.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Dit zijn rekenvoorbeelden bij plannen die nog geen wet zijn. Het is geen advies om te sparen, te beleggen of te verkopen.