Pensioenbeleggen en box 3: telt je lijfrenterekening mee?

Kort antwoord

Een lijfrenterekening, lijfrentebeleggingsrecht of lijfrenteverzekering valt in box 1 als je de inleg volgens de voorwaarden mag aftrekken, ook als je niet alles hebt afgetrokken. In box 3 telt die dan niet mee. Een saldolijfrente geef je sinds je aangifte over 2021 wel op in box 3.

Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.

In het kort

  • Box 1: een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht waarvan je de inleg volgens de voorwaarden mag aftrekken. Ook als je niet alles hebt afgetrokken.
  • Box 3: een saldolijfrente, sinds je aangifte over 2021. Ook andere rechten op periodieke uitkeringen waarvan je de premie niet kon aftrekken.
  • Peildatum: wat op 1 januari 2026 op je lijfrenterekening staat, telt niet mee in je box 3-vermogen over 2026.
  • Rekenvoorbeeld: € 100.000 spaargeld en € 60.000 beleggingen geven € 1.104 box 3-belasting. Staat € 10.000 van die beleggingen op een lijfrenterekening, dan is dat € 930.
  • Uitkering: belast in box 1. Afkopen kost belasting en meestal ook revisierente.
  • Bron: Belastingdienst, Fiscale informatie 2026 en de pagina's over lijfrente, gecontroleerd op 25 oktober 2026.

Telt een lijfrenterekening mee in box 3?

Nee, als de lijfrente aan de fiscale voorwaarden voldoet. Een lijfrente kan een verzekering zijn, een rekening bij een bank of een beleggingsrecht. Dat laatste heet ook wel pensioenbeleggen. Mag je de inleg volgens de voorwaarden van je polis of rekening aftrekken, dan valt het hele product in box 1. De waarde geef je dan niet op bij je bezittingen in box 3. Zo staat het in hoofdstuk 13 van de Fiscale informatie 2026 van de Belastingdienst.

De grond is artikel 2.14 van de Wet inkomstenbelasting 2001: vermogen dat inkomen in box 1 oplevert, telt niet mee in box 3. De uitkering uit je lijfrente is later inkomen in box 1. Aan welke voorwaarden een lijfrente moet voldoen, staat op de pagina Lijfrente van de Belastingdienst.

ProductWaar valt het in 2026?
Lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht waarvan je de inleg mag aftrekkenBox 1, ook als je niet alles hebt afgetrokken
Saldolijfrente: een koopsom die je volgens de voorwaarden niet kon aftrekkenBox 3, sinds je aangifte over 2021
Ander recht op periodieke uitkeringen waarvan de premie niet aftrekbaar isBox 3, met de waarde in het economisch verkeer op 1 januari 2026
Nettolijfrente die aan de voorwaarden voldoetVrijgesteld in box 3
Pensioen via je werkgeverNiet in box 3: de uitkering is later inkomen in box 1

Een nettolijfrente bouw je op over het deel van je jaarloon boven € 137.800. De inleg mag je niet aftrekken. Houd je je niet aan de voorwaarden, dan vervalt de vrijstelling. Je geeft dan op 1 januari van het jaar erna een sanctiewaarde op in box 3.

Voor een saldolijfrente van vóór 14 september 1999 gold tot en met 2020 een overgangsregeling. Sinds je aangifte over 2021 geef je de waarde van je saldolijfrente op in box 3. Een professionele verzekeraar geeft die waarde aan de Belastingdienst door, die haar in je aangifte vooraf invult. Voor andere lijfrenten van vóór 14 september 1999 gelden aparte overgangsregels. Die laten we hier buiten beschouwing. Wat er verder in box 3 meetelt, lees je in Wat telt mee in box 3?

En als je de inleg niet (helemaal) hebt afgetrokken?

Dan blijft de lijfrente toch in box 1. Volgens de Belastingdienst maakt het niet uit of je de premie wel of niet hebt afgetrokken. Het gaat erom of je die volgens de voorwaarden kon aftrekken. Je bent ook niet verplicht om af te trekken.

Wat je niet aftrok, telt mee als je lijfrente gaat uitkeren. Je betaalt pas belasting over de uitkeringen als die samen hoger zijn dan de inleg die je niet aftrok. Dat heet de saldomethode. Voor inleg vanaf 2010 telt daarbij maximaal € 2.269 per jaar mee, voor al je lijfrenten samen. Dat staat in artikel 3.107a van de Wet inkomstenbelasting 2001. Voor inleg uit 2009 of eerder geldt geen maximum.

Je bank of verzekeraar houdt hier rekening mee als je een saldoverklaring van de Belastingdienst opstuurt. Hoe je die aanvraagt, staat op de pagina Niet-afgetrokken premies of stortingen. De Belastingdienst doet er maximaal 8 weken over, nadat alle stukken binnen zijn.

Wat heeft je jaarruimte met box 3 te maken?

Je jaarruimte bepaalt hoeveel inleg je in box 1 mag aftrekken. Voor box 3 telt iets anders: wat er op 1 januari op je lijfrenterekening of in je lijfrentebeleggingsrecht staat, hoort niet bij je vermogen. Geld dat je van je spaarrekening of beleggingsrekening naar een lijfrente overmaakt, gaat dus uit box 3. Dat geldt ook voor inleg die je niet mag aftrekken.

Je trekt een storting af in het jaar waarin je betaalt. Je jaarruimte voor 2026 hangt af van je situatie in 2025: je hebt die meestal als je in 2025 te weinig pensioen opbouwde. Volgens artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is de jaarruimte ten hoogste 30% van je premiegrondslag, min je pensioenopbouw. Jaarruimte uit 2016 tot en met 2025 die je niet gebruikte, is je reserveringsruimte. Die is in 2026 maximaal € 42.753, volgens hoofdstuk 15 van de Fiscale informatie 2026.

Je eigen bedragen reken je uit met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst. De regels staan op de pagina Aftrekken lijfrentepremies.

Rekenvoorbeeld 2026: € 10.000 van je beleggingen naar een lijfrenterekening

Stel: je hebt geen fiscale partner. Zonder lijfrente had je op 1 januari 2026 € 100.000 spaargeld en € 60.000 beleggingen. In december 2025 verkoop je voor € 10.000 aan beleggingen en stort je dat bedrag op een lijfrenterekening. Op 1 januari 2026 heb je dan € 100.000 spaargeld en € 50.000 beleggingen in box 3. Dit zijn voorbeeldbedragen.

Zonder de storting rekent box 3 zo:

StapSomBedrag
Rendement spaargeld€ 100.000 × 1,28%€ 1.280
Rendement beleggingen€ 60.000 × 6,00%€ 3.600
Belastbaar rendement€ 1.280 plus € 3.600€ 4.880
Rendementsgrondslag€ 100.000 plus € 60.000€ 160.000
Boven het heffingsvrij vermogen€ 160.000 min € 59.357€ 100.643
Aandeel€ 100.643 gedeeld door € 160.00062,902%
Voordeel uit sparen en beleggen€ 4.880 × 62,902%€ 3.069
Box 3-belasting€ 3.069 × 36%€ 1.104

Met de € 10.000 op de lijfrenterekening:

StapSomBedrag
Rendement spaargeld€ 100.000 × 1,28%€ 1.280
Rendement beleggingen€ 50.000 × 6,00%€ 3.000
Belastbaar rendement€ 1.280 plus € 3.000€ 4.280
Rendementsgrondslag€ 100.000 plus € 50.000€ 150.000
Boven het heffingsvrij vermogen€ 150.000 min € 59.357€ 90.643
Aandeel€ 90.643 gedeeld door € 150.00060,429%
Voordeel uit sparen en beleggen€ 4.280 × 60,429%€ 2.586
Box 3-belasting€ 2.586 × 36%€ 930

De storting verlaagt je box 3-belasting over 2026 hier met € 174. De percentages komen uit de berekening van de Belastingdienst. Die voor spaargeld is nog voorlopig. Net als de Belastingdienst in zijn rekenvoorbeelden ronden we het voordeel en de belasting naar beneden af op hele euro's.

Het maakt uit waar de € 10.000 vandaan komt:

Op 1 januari 2026Box 3-belasting 2026
Geen lijfrente€ 1.104
€ 10.000 uit je beleggingen op een lijfrenterekening€ 930
€ 10.000 uit je spaargeld op een lijfrenterekening€ 1.033

Box 3 rekent voor spaargeld met 1,28% en voor beleggingen met 6,00%. Komt het geld van je spaarrekening, dan scheelt het in box 3 daarom minder: € 71.

De storting heeft ook gevolgen in box 1. Heb je genoeg jaarruimte of reserveringsruimte, dan trek je de € 10.000 af in je aangifte over 2025. Wat dat scheelt, hangt af van je inkomen in 2025. Dat rekenen we hier niet uit. Later betaal je belasting in box 1 over de uitkeringen. Tot die ingaan, kom je alleen aan het geld door de lijfrente af te kopen. Dit voorbeeld is geen advies om te storten. Het laat alleen zien wat er in box 3 verandert.

Je eigen som maak je in de rekentool box 3. Vul daar alleen het spaargeld en de beleggingen in die in box 3 vallen. Je lijfrenterekening laat je weg.

Verreken je dividendbelasting op een lijfrentebeleggingsrecht?

Nee. Is er dividendbelasting ingehouden op dividend in je lijfrentebeleggingsrecht, dan verreken je die niet in je aangifte. Volgens hoofdstuk 24 van de Fiscale informatie 2026 komt die belasting per saldo niet voor jouw rekening: je bank of verzekeraar investeert het bedrag weer in je beleggingsrecht.

Bij gewone beleggingen in box 3 verreken je de dividendbelasting wel. Hoe dat gaat, lees je in Dividendbelasting verrekenen of terugvragen in box 3.

Hoe wordt de uitkering uit je lijfrente belast?

In box 1. Gaat je lijfrente uitkeren, dan geef je de uitkeringen in je aangifte op bij je inkomsten, onder pensioen en andere uitkeringen. Heb je alle inleg afgetrokken, dan is de hele uitkering belast. Trok je een deel niet af, dan geldt de saldomethode van hierboven. Zo staat het op de pagina Waarover betaalt u belasting?

Koop je de lijfrente af of neem je het tegoed in één keer op, dan betaal je belasting in box 1 over de afkoopsom. Is de afkoopsom in 2026 hoger dan € 5.513, dan betaal je meestal ook revisierente: maximaal 20% van de afkoopsom. Dat staat op de pagina Moet ik belasting en revisierente betalen bij afkoop lijfrente? Schenk, verkoop, beleen of verpand je de lijfrente, dan behandelt de Belastingdienst dat ook als afkoop.

Laat je een uitkering op je bankrekening staan, dan telt dat geld op 1 januari daarna mee in box 3, als banktegoed.

Verandert dit in 2027 of 2028?

PlanVoor 2027 wil het kabinet het heffingsvrij vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon. Vanaf 2028 wil het kabinet je echte rendement belasten. Dat staat in de Kamerbrief van 29 september 2026. Over lijfrenten staat niets in die brief. Een lager heffingsvrij vermogen raakt alleen wat in box 3 valt.

Beide plannen moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer. Meer lees je in Box 3 in 2027 en Box 3 vanaf 2028.

Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Twijfel je of jouw lijfrente aan de voorwaarden voldoet, dan kan een belastingadviseur je polis of rekening bekijken.

Veelgestelde vragen

Staat je vraag er niet bij? Mail ons, dan zetten we hem erbij.

Telt een lijfrenterekening mee in box 3?

Nee, als je de inleg volgens de voorwaarden van de rekening mag aftrekken. Dan valt de lijfrenterekening in box 1, ook als je niet alles hebt afgetrokken. Dat geldt ook voor een lijfrenteverzekering en een lijfrentebeleggingsrecht. Een saldolijfrente geef je sinds je aangifte over 2021 wel op in box 3.

Valt mijn lijfrente in box 3 als ik de premie niet heb afgetrokken?

Nee. Volgens de Belastingdienst maakt het niet uit of je de premie hebt afgetrokken, zolang je die volgens de voorwaarden kon aftrekken. Bij de uitkering betaal je pas belasting als de uitkeringen samen hoger zijn dan de inleg die je niet aftrok. Van inleg vanaf 2010 telt daarbij maximaal € 2.269 per jaar mee.

Hoeveel box 3-belasting scheelt een storting op een lijfrenterekening?

Dat hangt af van je vermogen en waar het geld vandaan komt. Rekenvoorbeeld 2026 zonder fiscale partner: met € 100.000 spaargeld en € 60.000 beleggingen betaal je € 1.104. Staat € 10.000 van die beleggingen op 1 januari 2026 op een lijfrenterekening, dan is dat € 930. Komt de € 10.000 van je spaarrekening, dan € 1.033.

Hoeveel mag ik in 2026 aftrekken voor een lijfrente?

Dat hangt af van je pensioentekort in 2025. Volgens de wet is de jaarruimte ten hoogste 30% van je premiegrondslag, min je pensioenopbouw. Daarnaast kun je jaarruimte uit 2016 tot en met 2025 gebruiken die je nog niet benutte, in 2026 tot maximaal € 42.753. Je eigen bedrag reken je uit met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst.

Moet ik dividendbelasting op mijn lijfrentebeleggingsrecht verrekenen?

Nee. Dividendbelasting op dividend in een lijfrentebeleggingsrecht verreken je niet in je aangifte. Volgens de Belastingdienst komt die per saldo niet voor jouw rekening: je bank of verzekeraar investeert het bedrag weer in je beleggingsrecht.

Hoe wordt een lijfrente-uitkering belast?

In box 1, als inkomen. Koop je de lijfrente af, dan betaal je belasting over de afkoopsom. Is die in 2026 hoger dan € 5.513, dan betaal je meestal ook revisierente van maximaal 20% van de afkoopsom.

Bronnen

Laatst gecontroleerd op . Fout gezien?