Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- Belegging: goud en andere spullen die je vooral als belegging hebt, horen in box 3 bij de overige bezittingen. Box 3 rekent daar in 2026 met 6,00%.
- Gouden munten: zijn geen contant geld, ook niet als ze een wettig betaalmiddel zijn. Dat staat in een standpunt van de Belastingdienst van 7 november 2025.
- Vrijgesteld: je auto, je inboedel en andere spullen voor eigen gebruik, en kunst die geen belegging is.
- Waarde: de waarde in het economisch verkeer op 1 januari 2026. Meestal is dat de verkoopwaarde.
- Rekenvoorbeeld: € 50.000 spaargeld en € 25.000 beleggingsgoud geven € 160 box 3-belasting. Zonder het goud is dat € 0.
- Bron: Belastingdienst, Fiscale informatie 2026 en het standpunt over gouden munten, gecontroleerd op 25 oktober 2026.
Welke spullen tellen mee in box 3?
Box 3 telt wat je op 1 januari bezit. Spullen die je zelf gebruikt, horen daar niet bij, behalve als je ze vooral als belegging hebt. Zo staat het in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De tabel volgt hoofdstuk 13 van de Fiscale informatie 2026 van de Belastingdienst en het standpunt over gouden munten.
| Bezitting op 1 januari | Telt mee in box 3? |
|---|---|
| Goud of zilver dat je als belegging hebt | Ja, bij de overige bezittingen |
| Gouden munten die je als belegging hebt | Ja, bij de overige bezittingen, niet als contant geld |
| Spullen die je verhuurt | Ja, bij de overige bezittingen |
| Kunst die je vooral als belegging hebt | Ja |
| Kunst die geen belegging is | Nee, vrijgesteld |
| Je eigen auto en de inboedel van je huis | Nee, eigen gebruik |
| Contant geld en cadeaubonnen | Alleen boven € 672 per persoon, als banktegoed |
Alles wat bij de overige bezittingen hoort, telt in 2026 mee tegen een verondersteld rendement van 6,00%. Dat is hetzelfde percentage als voor aandelen en crypto (Belastingdienst, berekening 2026). Hoe de vrijstelling voor contant geld werkt, lees je in Wat telt mee in box 3?
Moet je goud aangeven in box 3?
Ja, als je het als belegging hebt. In de toelichting bij de wet uit 1999 noemt de regering goud en zilver als voorbeeld. Wie goud koopt en in een bankkluis legt, gebruikt het niet zelf. Het is dan een belegging. Je geeft het op bij de overige bezittingen, met de waarde op 1 januari.
Gouden munten zijn een apart geval. Sommige zijn in hun land een wettig betaalmiddel. Toch tellen ze niet als contant geld, schrijft een kennisgroep van de Belastingdienst in een standpunt van 7 november 2025. Je kunt ze niet bij een bank storten. En hun waarde hangt af van het goud of van de verzamelwaarde, niet van het bedrag op de munt. Gouden munten die je als belegging hebt, horen daarom bij de overige bezittingen. Dat geldt ook voor andere munten die veel meer waard zijn dan het bedrag erop, zoals een herdenkingsmunt of een misdruk.
Tel zulke munten dus niet op bij je contante geld, waarvoor de vrijstelling van € 672 per persoon geldt. Box 3 rekent er met 6,00% mee, niet met de 1,28% (voorlopig) voor banktegoeden. Heb je aandelen in een beleggingsfonds dat in goud belegt, dan zijn dat gewone beleggingen.
Tellen sieraden, horloges en verzamelingen mee?
Spullen voor eigen gebruik of voor gebruik in je gezin vallen niet in box 3. De Belastingdienst noemt als voorbeeld je eigen auto en de inboedel van je huis (Welke bezittingen zijn vrijgesteld?). Sieraden, horloges en wijn noemt hij niet apart. Daarvoor geldt de regel uit de wet: wat je zelf gebruikt of verbruikt, telt niet mee, behalve als het vooral een belegging is. Sieraden of een horloge die je draagt, tellen dus niet mee zolang ze niet vooral als belegging dienen.
Wanneer is iets vooral een belegging? Volgens de toelichting uit 1999 gaat het om uitzonderingen. De aard en de hoeveelheid van de spullen geven de doorslag. De regering gaf twee voorbeelden. Iemand koopt geregeld dure antieke meubels en gebruikt ze in huis, maar bedoelt ze als appeltje voor de dorst. Of iemand heeft een grote verzameling waardevolle oldtimers die meestal ergens opgeslagen staan. Dat zulke spullen vooral een belegging zijn, moet in beginsel de inspecteur aantonen.
Spullen die je verhuurt, horen volgens de Belastingdienst ook bij de overige bezittingen.
Wanneer is kunst vrijgesteld in box 3?
Voor kunst geldt een eigen vrijstelling, in artikel 5.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Voorwerpen van kunst en wetenschap tellen niet mee, tenzij ze vooral als belegging dienen. De wet zegt er twee dingen bij:
- leen je kunst uit aan een museum of een ander voor culturele of wetenschappelijke doelen, dan blijft ze vrij;
- dat een voorwerp bij een verzameling hoort, maakt het nog geen belegging.
Bij kunst ligt het bewijs volgens de toelichting uit 1999 bij jou: jij moet aantonen dat het geen belegging is. Elk voorwerp wordt apart beoordeeld. Ook hoe je het gebruikt, telt mee. Een schilderij in een kluis is volgens de toelichting eerder een belegging dan een schilderij in je woonkamer.
Welke waarde geef je op voor goud of kunst?
De waarde in het economisch verkeer op 1 januari, volgens artikel 5.19 van de wet. De Belastingdienst schrijft in paragraaf 13.3.1 van de Fiscale informatie 2026 dat dit meestal de verkoopwaarde is. Is er geen echte markt, dan schat je de waarde. Voor 2026 telt dus wat je goud of je kunst op 1 januari 2026 bij verkoop had opgebracht, niet wat je ervoor betaalde. Bij munten telt volgens de kennisgroep de goudwaarde of de verzamelwaarde, niet het bedrag op de munt.
In je aangifte vul je beleggingsgoud en andere spullen die je als belegging hebt in bij de overige bezittingen. Wat vrijgesteld is, zoals kunst die geen belegging is, geef je niet op. Wat je verder in je aangifte controleert, staat in Box 3 in je aangifte invullen.
Rekenvoorbeeld 2026: spaargeld en beleggingsgoud
Stel: je hebt geen fiscale partner. Op 1 januari 2026 heb je € 50.000 spaargeld. In een kluis liggen goudbaren en gouden munten die je als belegging kocht. Bij verkoop waren ze die dag € 25.000 waard. Dit zijn voorbeeldbedragen.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rendement spaargeld | € 50.000 × 1,28% | € 640 |
| Rendement goud | € 25.000 × 6,00% | € 1.500 |
| Belastbaar rendement | € 640 plus € 1.500 | € 2.140 |
| Rendementsgrondslag | € 50.000 plus € 25.000 | € 75.000 |
| Boven het heffingsvrij vermogen | € 75.000 min € 59.357 | € 15.643 |
| Aandeel | € 15.643 gedeeld door € 75.000 | 20,857% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 2.140 × 20,857% | € 446 |
| Box 3-belasting | € 446 × 36% | € 160 |
Net als de Belastingdienst in zijn rekenvoorbeelden ronden we het voordeel en de belasting naar beneden af op hele euro's. Het percentage voor spaargeld is nog voorlopig. Zo verandert de belasting met wat je naast je spaargeld hebt:
| Op 1 januari 2026, naast € 50.000 spaargeld | Box 3-belasting 2026 |
|---|---|
| € 25.000 aan beleggingsgoud | € 160 |
| Dezelfde € 25.000 op een spaarrekening | € 72 |
| Kunst of spullen voor eigen gebruik van € 25.000, geen belegging | € 0 |
Het goud kost hier € 88 meer dan spaargeld, omdat box 3 er met 6,00% rekent in plaats van 1,28%. Zonder het goud blijft je vermogen onder het heffingsvrij vermogen van € 59.357. Met een fiscale partner betaal je in alle drie de gevallen niets: € 75.000 blijft onder de € 118.714 die jullie samen vrij hebben.
Je eigen som maak je in de rekentool box 3. Tel de waarde van je beleggingsgoud en van kunst die je als belegging hebt op bij je beleggingen.
Wat als je goud in 2026 minder waard wordt?
De som hierboven rekent met 6,00%, ook als je goud in 2026 daalt. Was je echte rendement lager, dan kun je dat laten zien met tegenbewijs. Bij je werkelijk rendement tellen volgens de Belastingdienst alle waardeveranderingen van je bezittingen mee. Een daling van je goud gaat er dus af, een stijging telt mee. Kosten mag je in de regel niet aftrekken, en een heffingsvrij vermogen is er dan niet. In de rekentool tegenbewijs tel je je goud op bij je beleggingen, met de waarde op 1 januari en op 31 december 2026.
Verandert dit in 2027 of 2028?
PlanVoor 2027 wil het kabinet het heffingsvrij vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon en het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen. Dat staat in de Kamerbrief van 29 september 2026. Beleggingsgoud valt in die groep. Rekenen we met de percentages van 2026 plus die verhoging, dan betaal je met dezelfde bedragen op 1 januari 2027 € 532 in plaats van € 160. De echte percentages voor 2027 zijn nog niet bekend.
PlanVanaf 2028 wil het kabinet koerswinst op financiële instrumenten, zoals aandelen, pas bij verkoop belasten. Voor de overige bezittingen volgt die overstap in 2030. Goud en kunst noemt de brief niet. In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 blijven spullen voor eigen gebruik buiten de heffing, net als nu, en blijft de vrijstelling voor kunst en wetenschap bestaan. Het kabinet past dat wetsvoorstel aan met een novelle. Hoe beleggingsgoud vanaf 2028 wordt belast, is nog niet bekend.
Beide plannen moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer. Meer lees je in Box 3 in 2027 en Box 3 vanaf 2028.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Twijfel je of iets bij jou vooral een belegging is, dan kan een belastingadviseur je situatie bekijken.