Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- 2026: € 59.357 per persoon. Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan is het samen € 118.714.
- Zo werkt het: het bedrag gaat af van je vermogen op 1 januari, niet van je rendement. Je betaalt alleen over het deel daarboven.
- Kinderen: is je kind op 1 januari jonger dan 18, dan heeft het geen eigen heffingsvrij vermogen. Zijn geld telt mee bij de ouder met het gezag.
- Rekenvoorbeeld: met € 70.000 spaargeld en € 10.000 beleggingen betaal je in 2026 € 138 box 3-belasting. Zonder heffingsvrij vermogen was dat € 538.
- Plan 2027: € 30.846 per persoon. Vanaf 2028 een heffingsvrij resultaat van € 1.000 in plaats van een vrij vermogen. Nog niet aangenomen.
- Bron: Belastingdienst, bedragen 2017-2026 en de berekening over 2026, gecontroleerd op 25 oktober 2026.
Hoeveel is het heffingsvrij vermogen in 2026?
Over een deel van je vermogen betaal je geen box 3-belasting. Dat deel heet het heffingsvrij vermogen. In 2026 is het € 59.357 per persoon. Het bedrag staat in artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan verdubbelt het bedrag: samen € 118.714. Dat geldt ook als je maar een deel van het jaar een fiscale partner hebt en jullie kiezen om het hele jaar partners te zijn.
Met vermogen bedoelt de Belastingdienst je bezittingen in box 3 min je schulden in box 3, op 1 januari 2026. Van je schulden gaat eerst een drempel van € 3.800 af. Je eigen huis en de hypotheek daarop horen in box 1. Wat wel meetelt, lees je in Wat telt mee in box 3?
Blijft je vermogen op 1 januari 2026 onder de € 59.357, dan heb je volgens de Belastingdienst geen box 3-inkomen. Je betaalt dan geen box 3-belasting.
Hoe werkt het heffingsvrij vermogen in de som?
Het heffingsvrij vermogen gaat niet af van je rendement, maar van je vermogen. De Belastingdienst rekent in zes stappen. Het heffingsvrij vermogen komt in stap 3:
- Belastbaar rendement: elke soort bezitting maal zijn percentage, min het percentage over je schulden boven de drempel.
- Rendementsgrondslag: je bezittingen min je schulden boven de drempel.
- Grondslag sparen en beleggen: de rendementsgrondslag min het heffingsvrij vermogen.
- Aandeel: de grondslag sparen en beleggen gedeeld door de rendementsgrondslag.
- Voordeel uit sparen en beleggen: het belastbaar rendement maal dat aandeel.
- Box 3-belasting: 36% van het voordeel.
Het heffingsvrij vermogen verlaagt dus het aandeel van je rendement waarover je belasting betaalt. Je kunt niet kiezen welk deel van je vermogen vrij is, bijvoorbeeld eerst je beleggingen. Het aandeel geldt voor je spaargeld en je beleggingen samen.
In 2026 rekent de Belastingdienst met 1,28% voor banktegoeden en 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen. Het percentage voor banktegoeden is voorlopig. De Belastingdienst stelt het begin 2027 vast.
Rekenvoorbeeld 2026: net boven de vrijstelling
Stel: je hebt op 1 januari 2026 € 70.000 op een spaarrekening en € 10.000 in een indexfonds. Je hebt geen schulden en geen fiscale partner. Samen is dat € 20.643 meer dan het heffingsvrij vermogen.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rendement spaargeld | € 70.000 × 1,28% | € 896 |
| Rendement beleggingen | € 10.000 × 6,00% | € 600 |
| Belastbaar rendement | € 896 plus € 600 | € 1.496 |
| Rendementsgrondslag | € 70.000 plus € 10.000 | € 80.000 |
| Boven het heffingsvrij vermogen | € 80.000 min € 59.357 | € 20.643 |
| Aandeel | € 20.643 gedeeld door € 80.000 | 25,804% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 1.496 × 25,804% | € 386 |
| Box 3-belasting | € 386 × 36% | € 138 |
Zonder heffingsvrij vermogen was het aandeel 100% en betaalde je 36% van € 1.496: € 538. De vrijstelling scheelt hier dus € 400. Heb je een fiscale partner en samen dezelfde € 80.000, dan betalen jullie niets, want jullie blijven onder de € 118.714.
Je eigen som reken je na in de rekentool box 3.
Hoe hoog was het heffingsvrij vermogen sinds 2017?
Het bedrag is sinds 2017 meer dan verdubbeld. Dit zijn de bedragen volgens de Belastingdienst:
| Jaar | Zonder fiscale partner | Met fiscale partner |
|---|---|---|
| 2026 | € 59.357 | € 118.714 |
| 2025 | € 57.684 | € 115.368 |
| 2024 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2023 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2022 | € 50.650 | € 101.300 |
| 2021 | € 50.000 | € 100.000 |
| 2020 | € 30.846 | € 61.692 |
| 2019 | € 30.360 | € 60.720 |
| 2018 | € 30.000 | € 60.000 |
| 2017 | € 25.000 | € 50.000 |
De oude berekening ging uit van een vaste verdeling tussen sparen en beleggen. Ook daarin ging het heffingsvrij vermogen eerst van je vermogen af. Voor 2021 en 2022 rekent de Belastingdienst met de oude en de nieuwe methode, en past hij de gunstigste toe. Wil je over eerdere jaren je echte rendement opgeven, lees dan Opgaaf werkelijk rendement over eerdere jaren.
Hoe werkt het heffingsvrij vermogen met een fiscale partner?
Zijn jullie het hele jaar fiscale partners, dan tellen jullie alle bezittingen en schulden op 1 januari bij elkaar op. Daar gaat het heffingsvrij vermogen van jullie allebei af, volgens de Belastingdienst. In 2026 is dat samen € 118.714. Heeft een van jullie weinig vermogen, dan blijft zijn deel van de vrijstelling dus niet liggen.
Wat boven de € 118.714 uitkomt, mogen jullie in de aangifte verdelen zoals jullie willen, als het totaal maar 100% is. Samen betalen jullie dan hetzelfde. Wel kan de verdeling uitmaken voor toeslagen. Meer in Box 3 met een fiscale partner. Trouw je of ga je uit elkaar in de loop van het jaar, lees dan Trouwen, samenwonen of scheiden.
Zijn jullie geen fiscale partners, dan heeft ieder € 59.357 vrij over het eigen vermogen. Dat geldt ook als jullie samenwonen zonder fiscaal partnerschap.
Heeft je kind een eigen heffingsvrij vermogen?
Niet zolang je kind op 1 januari jonger is dan 18. Zijn bezittingen en schulden tellen dan mee bij de ouder met het ouderlijk gezag, volgens de Fiscale informatie 2026. Hebben twee ouders het gezag en zijn ze geen fiscale partners, dan geeft ieder de helft op. Het geld van je kind valt zo in jouw som, met jouw heffingsvrij vermogen.
Vanaf de eerste 1 januari waarop je kind 18 is, geeft het zijn vermogen zelf op, met een eigen heffingsvrij vermogen. Meer in Spaargeld van je kind in box 3.
Moet je aangifte doen als je onder het heffingsvrij vermogen blijft?
Box 3-belasting betaal je dan niet. Een aparte aanslag voor box 3 bestaat niet: box 3 is een deel van je aanslag inkomstenbelasting, naast box 1 en box 2. Of je aangifte moet doen, hangt af van je hele situatie. Voor de aangifte over 2025 noemt de Belastingdienst deze regels:
- Kreeg je een aangiftebrief, dan doe je aangifte.
- Zonder brief doe je aangifte als je € 58 of meer moet betalen.
- Krijg je € 19 of meer terug, verstuur de aangifte dan ook.
- Heb je recht op een toeslag of een andere inkomensafhankelijke regeling, en hebben jij, je partner of je minderjarige kinderen meer dan € 37.395 vermogen, of € 74.790 met een fiscale partner? Doe dan ook aangifte.
Voor 2026 noemt de Belastingdienst een grensbedrag voor toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen: € 38.479, of € 76.958 met een fiscale partner. Komt je vermogen op 1 januari 2026 daarboven, dan geef je het op in je aangifte, ook als je onder de € 59.357 blijft. Opgeven betekent nog niet dat je box 3-belasting betaalt. De Belastingdienst past het heffingsvrij vermogen automatisch toe.
Geldt het heffingsvrij vermogen ook bij tegenbewijs?
Nee. Laat je met tegenbewijs zien dat je echte rendement lager was, dan trek je daar geen heffingsvrij vermogen van af. Dat heeft de Hoge Raad bepaald, schrijft de Belastingdienst. Je vergelijkt je hele echte rendement met het voordeel uit sparen en beleggen, en dat voordeel is al na aftrek van de vrijstelling.
In het rekenvoorbeeld hierboven loont tegenbewijs dus pas als je echte rendement over 2026 lager was dan € 386. Meer in Tegenbewijs indienen: wanneer loont het?
Wat verandert er in 2027 en 2028?
PlanHet kabinet wil het heffingsvrij vermogen per 2027 terugbrengen naar het niveau van 2020: € 30.846 per persoon. Dat staat in de Kamerbrief van 29 september 2026 (Kamerstuk 37020-62). In 2020 was het bedrag met een fiscale partner € 61.692. Het forfait voor overige bezittingen, zoals beleggingen, gaat in 2027 volgens hetzelfde plan 1,5 procentpunt omhoog.
Rekenvoorbeeld met de percentages van 2026 en 1,5 procentpunt extra voor beleggingen: met € 70.000 spaargeld en € 10.000 beleggingen betaal je in 2027 € 363 in plaats van € 138. Met een fiscale partner en samen hetzelfde vermogen wordt het € 135 in plaats van niets. Meer in Box 3 in 2027.
PlanVanaf 2028 wil het kabinet een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Dan is niet een deel van je vermogen vrij, maar de eerste € 1.000 rendement. Volgens de Kamerbrief betalen spaarders met 2% rente zo over de eerste € 50.000 geen belasting. In het oorspronkelijke wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 was het heffingsvrije resultaat nog € 1.800, volgens de memorie van toelichting. Meer in Box 3 vanaf 2028.
Beide plannen moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. De plannen voor 2027 en 2028 kunnen nog veranderen. We werken dit artikel bij zodra er nieuws is.