Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- Box 3: een spaarpolis of beleggingsverzekering telt mee met de waarde op 1 januari 2026. Box 3 rekent daarvoor met 6,00%.
- Box 1: een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) of bankspaarrekening eigen woning, zolang die aan de voorwaarden voldoet.
- Oude polis: afgesloten op of vóór 14 september 1999 en daarna niet verhoogd of verlengd? Dan is € 123.428 vrij, of € 246.856 met een fiscale partner. Die vrijstelling stopt op 14 september 2029.
- Alleen bij overlijden: vrij zolang het verzekerde bedrag of de waarde van de polis niet hoger is dan € 8.904 per verzekerde.
- Rekenvoorbeeld: € 60.000 spaargeld en een polis van € 40.000 geven € 463 box 3-belasting. Valt de polis buiten box 3, dan is dat € 2.
- Bron: Belastingdienst, Fiscale informatie 2026 en de pagina over kapitaalverzekeringen, gecontroleerd op 25 oktober 2026.
Welke verzekeringen tellen mee in box 3?
Een verzekering die een bedrag ineens uitkeert, heet een kapitaalverzekering. Volgens hoofdstuk 13 van de Fiscale informatie 2026 hoort zo'n polis bij je bezittingen in box 3, of die nu uitkeert op een einddatum of bij overlijden. Er zijn een paar uitzonderingen.
| Soort polis | Waar valt het in 2026? |
|---|---|
| Spaarpolis of beleggingsverzekering | Box 3, met de waarde op 1 januari 2026 |
| Kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning | Box 1, zolang die aan de voorwaarden voldoet |
| Polis afgesloten op of vóór 14 september 1999, daarna niet verhoogd of verlengd | Vrij tot € 123.428, de waarde daarboven in box 3 |
| Polis die alleen uitkeert bij overlijden, zoals een uitvaartverzekering | Vrij tot € 8.904 per verzekerde |
| Polis die alleen uitkeert bij invaliditeit, ziekte of een ongeval | Altijd vrijgesteld |
Een polis is geen banktegoed. Daaronder vallen volgens de berekening van de Belastingdienst alleen bank- en spaartegoeden, contant geld boven de vrijstelling, premiedepots en een paar andere tegoeden. Ook een spaarpolis hoort dus bij de beleggingen en andere bezittingen: 6,00% in 2026, tegen 1,28% voor spaargeld. Een lijfrenteverzekering met aftrekbare premie valt in box 1, zie Lijfrente en box 3.
Welke waarde geef je op voor je polis?
De waarde in het economisch verkeer op 1 januari, volgens artikel 5.19 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Dat is wat de polis op die dag waard was, niet de som van je premies en niet het bedrag dat de polis later uitkeert. Premies die je in 2026 betaalt, zitten pas in de waarde op 1 januari 2027.
Die waarde kun je volgens de Belastingdienst opvragen bij je verzekeraar. Verzekeraars kunnen haar ook doorgeven voor je vooraf ingevulde aangifte, met hun naam en het polisnummer (Belastingdienst, verzekeringsproducten). Klopt het bedrag niet of ontbreekt je polis, dan pas je dat aan in je aangifte in Mijn Belastingdienst. In de aangifte-app kan dat niet.
Valt een kapitaalverzekering eigen woning in box 1 of box 3?
In box 1, zolang de polis aan de voorwaarden voldoet. Een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) hoort bij een spaar-, levens- of beleggingshypotheek: met de uitkering los je later je hypotheek af. Bij banksparen gebeurt dat met een geblokkeerde spaarrekening of een beleggingsrecht eigen woning. Nieuw afsluiten kan sinds 2013 niet meer. De belangrijkste voorwaarden voor een KEW uit hoofdstuk 11 van de Fiscale informatie 2026:
- de polis loopt bij een levensverzekeraar;
- in de polis staat dat de uitkering je eigenwoningschuld aflost;
- je betaalt elk jaar premie, en de hoogste jaarpremie is niet meer dan 10 keer de laagste;
- het huis is je eigen woning of die van je fiscale partner.
Voldoet de polis niet meer aan de voorwaarden, dan hoort de waarde in box 3. Dat gebeurt als je je huis verkoopt en gaat huren. Over de opgebouwde rente reken je dan af in box 1, volgens de Belastingdienst vaak met de vrijstelling. Laat je de polis doorlopen, dan telt ze daarna mee in box 3. Een lening die overblijft, wordt een schuld in box 3. Koop je uiterlijk op 31 december van het jaar na de verkoop weer een huis, dan gaat de polis terug naar box 1 en krijg je je vrijstelling terug (Sparen voor de aflossing van uw hypotheek).
De regeling heeft een einde. Volgens artikel 10bis.4 van de wet geldt een KEW als volledig uitgekeerd zodra de looptijd langer is dan 30 jaar. Het hele hoofdstuk met de overgangsregels voor de KEW vervalt op 1 januari 2044.
Hoe werkt de vrijstelling voor een polis van vóór 15 september 1999?
Sloot je een kapitaalverzekering af op of vóór 14 september 1999, en zette je die niet om in een KEW? Dan geldt een vrijstelling in box 3. Is de waarde van al zulke polissen samen op 1 januari 2026 € 123.428 of minder, dan tellen ze niet mee. Is de waarde hoger, dan telt alleen het deel daarboven. Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan is samen € 246.856 vrij. De aangifte rekent de vrijstelling zelf uit.
Na 13 september 1999 mag de looptijd niet zijn verlengd. Een hoger verzekerd kapitaal of een hogere premie mag alleen via een clausule die toen al in de polis stond (Niet-vrijgesteld deel kapitaalverzekeringen). Gebruikte je eerder een vrijstelling bij de uitkering van een KEW, dan gaat dat bedrag van de € 123.428 af. En de vrijstelling stopt: vanaf 14 september 2029 geldt ze niet meer. Dat staat in de onderdelen AP en AN van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
Telt een overlijdensrisicoverzekering mee in box 3?
Alleen als het verzekerde bedrag én de waarde van de polis allebei hoger zijn dan € 8.904. Dat volgt uit artikel 5.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het gaat om polissen die alleen uitkeren bij overlijden van jezelf, je fiscale partner of een bloed- of aanverwant, zoals een uitvaartverzekering of een overlijdensrisicoverzekering.
Eerst tel je het verzekerde bedrag van al die polissen op, per verzekerde. Is dat in 2026 niet meer dan € 8.904, dan geef je niets op. Is het hoger, dan geldt de vrijstelling nog als de waarde van de polissen samen niet boven € 8.904 komt. Een polis die alleen uitkeert bij invaliditeit, ziekte of een ongeval, is altijd vrijgesteld.
Betaal je belasting als je polis uitkeert?
Polis in box 3, afgesloten na 2000. De polis telde elk jaar mee in box 3. Belasting in box 1 over de rente in een uitkering noemt de Belastingdienst alleen bij een KEW en bij polissen die op 31 december 2000 al bestonden. Na de uitkering staat het geld op je rekening. Op 1 januari daarna telt het mee als banktegoed.
Polis die op 31 december 2000 al bestond. Is de uitkering hoger dan de premies die je betaalde, dan is dat verschil belast in box 1. Er is een eenmalige vrijstelling tot een uitkering van € 123.428, als je elk jaar premie betaalde en de hoogste jaarpremie niet meer was dan 10 keer de laagste. Bestond de polis al op 31 december 1991 en is daarna niets verhoogd, dan is de hele uitkering vrij na minstens 12 jaar premie achter elkaar. Dat staat in hoofdstuk 2 van de Fiscale informatie 2026. Een polis met een koopsom laten we hier buiten beschouwing.
KEW. Los je met de uitkering je eigenwoningschuld af, dan is in 2026 maximaal € 207.500 vrij, voor premies en rente samen. Dat bedrag geldt voor je hele leven. Daarboven betaal je in box 1 belasting over de rente in het deel boven de vrijstelling. In een voorbeeld van de Belastingdienst keert een polis € 240.000 uit na € 136.800 premie. Dan is € 13.975 belast.
Rekenvoorbeeld 2026: spaargeld en een beleggingsverzekering
Stel: je hebt geen fiscale partner. Op 1 januari 2026 heb je € 60.000 spaargeld en een beleggingsverzekering. Je verzekeraar geeft als waarde op die dag € 40.000 op. Het is geen KEW en je sloot de polis af na 1999. Dit zijn voorbeeldbedragen.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rendement spaargeld | € 60.000 × 1,28% | € 768 |
| Rendement polis | € 40.000 × 6,00% | € 2.400 |
| Belastbaar rendement | € 768 plus € 2.400 | € 3.168 |
| Rendementsgrondslag | € 60.000 plus € 40.000 | € 100.000 |
| Boven het heffingsvrij vermogen | € 100.000 min € 59.357 | € 40.643 |
| Aandeel | € 40.643 gedeeld door € 100.000 | 40,643% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 3.168 × 40,643% | € 1.287 |
| Box 3-belasting | € 1.287 × 36% | € 463 |
Net als de Belastingdienst in zijn rekenvoorbeelden ronden we het voordeel en de belasting naar beneden af op hele euro's. Het percentage voor spaargeld is nog voorlopig. Zo verandert de belasting met de soort polis:
| Op 1 januari 2026, naast € 60.000 spaargeld | Box 3-belasting 2026 |
|---|---|
| Beleggingsverzekering van € 40.000 in box 3 | € 463 |
| Dezelfde € 40.000 op een spaarrekening | € 187 |
| KEW van € 40.000, of een vrijgestelde polis van vóór 15 september 1999 | € 2 |
Met een fiscale partner betaal je in alle drie de gevallen niets: € 100.000 blijft onder de € 118.714 die jullie samen vrij hebben.
Je eigen som maak je in de rekentool box 3. Tel de waarde van een polis in box 3 op bij je beleggingen. Van een oude polis boven de vrijstelling tel je alleen het deel boven € 123.428 mee. Was je echte rendement lager, dan kun je tegenbewijs leveren. Daarin telt de waardeverandering van je polis mee.
Verandert dit in 2027 of 2028?
PlanVoor 2027 wil het kabinet het heffingsvrij vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon en het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen. Daar valt een polis in box 3 onder. Vanaf 2028 wil het kabinet koerswinst op financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties, pas belasten bij verkoop. De overige bezittingen volgen in 2030. Dat staat in de Kamerbrief van 29 september 2026. Polissen noemt de brief niet. Hoe een beleggingsverzekering vanaf 2028 wordt belast, is dus nog niet bekend.
Beide plannen moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer. Los daarvan stopt de vrijstelling voor polissen van vóór 15 september 1999 op 14 september 2029: die datum staat al in de wet. Meer lees je in Box 3 in 2027 en Box 3 vanaf 2028.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Twijfel je of jouw polis een KEW is of onder de oude vrijstelling valt, vraag dan je verzekeraar om de polisvoorwaarden en de waarde op 1 januari.