Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- 2026 en eerder: met het forfait verlaagt een verlies je box 3-belasting niet. Alleen tegenbewijs kan dat.
- Tegenbewijs: is je echte rendement negatief, dan wordt het € 0. Het verlies neem je niet mee naar een ander jaar.
- Plan Vanaf 2028: volgens het wetsvoorstel verreken je het deel van een verlies boven € 500 met box 3-inkomen in latere jaren, zonder termijn.
- Plan Kamerbrief 29 september 2026: koersverlies op aandelen telt pas als je verkoopt. Over verliesverrekening zegt de brief niets.
- Rekenvoorbeeld: € 3.000 verlies in 2028 en € 6.000 rendement in 2029 geven over 2029 € 900 belasting. Zonder verrekening is dat € 1.800.
- Bron: Belastingdienst, wetsvoorstel 36748 en Kamerbrief 37020-62, gecontroleerd op 25 oktober 2026.
Verlaagt een verlies je box 3-belasting in 2026?
Met de gewone berekening niet. Box 3 rekent in 2026 met de waarde van je bezittingen en schulden op 1 januari 2026 en met vaste percentages: 1,28% voor banktegoeden (voorlopig) en 6,00% voor beleggingen. Wat je beleggingen daarna doen, speelt in die som geen rol.
Stel: je had op 1 januari 2026 € 40.000 spaargeld en € 80.000 in een indexfonds, zonder fiscale partner. Dan betaal je over 2026 € 966. Daalt je fonds in 2026 met € 8.000, dan blijft dat € 966. Het verlies werkt pas door in het jaar erna: op 1 januari 2027 is je fonds minder waard, dus rekent box 3 over 2027 met een lager bedrag.
Wat gebeurt er met een verlies als je tegenbewijs indient?
Met tegenbewijs laat je zien dat je echte rendement lager was dan het veronderstelde rendement. Je telt rente, dividend en de waardeverandering van je beleggingen bij elkaar op, ook als je niets verkocht. Betaalde rente op schulden in box 3 gaat eraf. Winst op het ene deel van je vermogen en verlies op een ander deel tellen in hetzelfde jaar tegen elkaar weg.
Is het totaal negatief, dan zet de Belastingdienst je werkelijk rendement op € 0. Een negatief rendement in het ene jaar mag je volgens de Belastingdienst niet verrekenen met een ander jaar.
| Rekenvoorbeeld tegenbewijs 2026 | Bedrag |
|---|---|
| Rente | € 600 |
| Dividend | € 1.600 |
| Waardeverandering fonds | € -8.000 |
| Echt rendement | € -5.800 |
| Werkelijk rendement in je aangifte | € 0 |
Je betaalt over 2026 dan geen box 3-belasting, in plaats van € 966. De € 5.800 onder nul vervalt. Herstelt je fonds in 2027, dan mag je dat verlies daar niet van aftrekken.
Hoe tegenbewijs werkt, lees je in Tegenbewijs indienen: wanneer loont het? Of het over 2026 voor jou loont, reken je uit met de rekentool tegenbewijs.
Hoe werkt verliesverrekening in box 3 vanaf 2028?
PlanVanaf 2028 wil het kabinet je echte rendement belasten. Basis is het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, dat de Tweede Kamer op 12 februari 2026 aannam. De Eerste Kamer heeft er nog niet over gestemd. In dat wetsvoorstel staan deze regels voor verlies:
| Vraag | Wetsvoorstel 36748 |
|---|---|
| Wanneer heb je een verlies? | Als je inkomen uit sparen en beleggen in een jaar negatief is |
| Telt het hele verlies? | Nee, alleen het deel boven € 500 |
| Verrekenen met latere jaren? | Ja, zonder termijn |
| Verrekenen met eerdere jaren? | Nee |
| Verrekenen met box 1 of box 2? | Nee, alleen met box 3-inkomen |
| Vanaf wanneer? | Het jaar na de invoering: bij invoering in 2028 dus vanaf 2029 |
| Wie stelt het verlies vast? | De Belastingdienst, in een beschikking bij je aanslag. Daartegen kun je bezwaar maken |
Een verlies uit 2026 of 2027 schuif je dus niet door naar het nieuwe stelsel. In een verliesjaar heb je ook niets aan het heffingsvrij resultaat: dat gaat alleen af van een positief resultaat. In een jaar met winst gaat eerst het heffingsvrij resultaat eraf en daarna het verlies uit eerdere jaren.
Met een fiscale partner mogen jullie een negatief gezamenlijk inkomen verdelen. Krijgen jullie allebei een deel, dan geldt de drempel van € 500 voor ieder van jullie. Volgens de memorie van toelichting is het daarom vaak gunstiger om het hele negatieve bedrag bij één partner te zetten. Dat hoeft niet altijd: gaan jullie uit elkaar en heeft die partner later geen box 3-inkomen, dan kan die het verlies niet verrekenen. Hoe partners verdelen, lees je in Box 3 met een fiscale partner.
Ook bij overlijden of emigratie kan een deel van je verlies onverrekend blijven. Dat schrijft het kabinet zelf in de memorie van toelichting.
Hoe werkt de verliesdrempel van € 500?
PlanAlleen het deel van je negatieve inkomen boven € 500 wordt een verlies dat je meeneemt. Volgens de memorie van toelichting is de drempel er om doelmatigheidsredenen: zo hoeven veel mensen geen aangifte te doen om een klein verlies veilig te stellen. Het kabinet rekent daar zelf een voorbeeld voor: een negatief resultaat van € 19.090 geeft een verlies van € 18.590.
| Negatief inkomen in een jaar | Verlies dat je meeneemt |
|---|---|
| € 400 | € 0 |
| € 500 | € 0 |
| € 3.000 | € 2.500 |
| € 19.090 | € 18.590 |
Rekenvoorbeeld: verlies in 2028, winst in 2029
PlanDit voorbeeld combineert de verliesregels uit het wetsvoorstel met de Kamerbrief van 29 september 2026. Volgens die brief vallen aandelen vanaf 2028 onder een vermogenswinstbelasting: koerswinst en koersverlies tellen pas als je verkoopt. Verder is de eerste € 1.000 rendement vrij. In het wetsvoorstel zelf staat nog € 1.800. Je hebt geen fiscale partner. Alle bedragen zijn voorbeeldbedragen.
In 2028 ontvang je € 1.000 rente en dividend. Je verkoopt een deel van je fonds met € 4.000 verlies. In 2029 ontvang je € 1.200 rente en dividend en verkoop je een ander deel met € 4.800 winst.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Resultaat 2028 | € 1.000 min € 4.000 | € -3.000 |
| Heffingsvrij resultaat 2028 | Alleen bij een positief resultaat | € 0 |
| Verlies 2028 na de drempel | € 3.000 min € 500 | € 2.500 |
| Belasting 2028 | Negatief inkomen | € 0 |
| Resultaat 2029 | € 1.200 plus € 4.800 | € 6.000 |
| Na heffingsvrij resultaat | € 6.000 min € 1.000 | € 5.000 |
| Na verlies uit 2028 | € 5.000 min € 2.500 | € 2.500 |
| Belasting 2029 | € 2.500 × 36% | € 900 |
Zonder verliesverrekening betaal je over 2029 € 5.000 × 36% = € 1.800. Het verlies uit 2028 scheelt hier dus € 900.
Over de twee jaren samen had je € 3.000 rendement en betaal je € 900. Had je elk jaar € 1.500 rendement gehad, dan betaal je twee keer € 180: € 360. Het verschil van € 540 is 36% van de € 1.000 vrij resultaat en de € 500 drempel die je in 2028 niet benut. Dat nadeel van het heffingsvrij resultaat noemt de memorie van toelichting zelf. Onze rekentool box 3 rekent 2028 per jaar, zonder verlies uit een eerder jaar.
Wat verandert de Kamerbrief van september 2026 voor verlies?
PlanHet wetsvoorstel belast als hoofdregel elk jaar de waardeverandering van je beleggingen, ook als je niets verkoopt. Een koersdaling telde dan mee in het jaar zelf, ook zonder verkoop. Volgens de memorie van toelichting is verliesverrekening juist daarom extra belangrijk.
PlanIn de Kamerbrief van 29 september 2026 kiest het kabinet iets anders. Vanaf 2028 valt de waardeontwikkeling van alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, onder een vermogenswinstbelasting. Een koersdaling telt dan pas als je verkoopt. Zakt je fonds in 2028 met € 5.000 en houd je het, dan telt die daling over 2028 niet mee. Over verliesverrekening zegt de brief niets. De drempel van € 500 en het doorschuiven zonder termijn staan dus alleen in het wetsvoorstel van februari.
PlanTerugverrekenen met een eerder jaar zit niet in het wetsvoorstel. De Tweede Kamer nam wel de motie-Eerdmans/Bikker aan, die vraagt om verlies ten minste één jaar terug te kunnen verrekenen. Het kabinet keek in maart 2026 naar terugverrekenen vanaf 2029, met inkomen uit 2028. In juni en op 14 september noemde het kabinet het nog als optie. In de brief van 29 september komt het niet terug. Of het er komt, is niet bekend.
Wat is nog niet bekend?
- De tekst van de aanpassing. Het kabinet vroeg op 2 oktober 2026 spoedadvies aan de Raad van State over de aanpassing van de wet, een novelle. Op 25 oktober 2026 stond die tekst nog niet op de sites van de Tweede en de Eerste Kamer.
- De verliesregels. Of de drempel van € 500 en het doorschuiven zonder termijn blijven, en of terugverrekenen erbij komt.
- Je startwaarde. Voor vastgoed telt in het wetsvoorstel de waarde aan het begin van 2028 als aankoopprijs. Of dat ook geldt voor aandelen die je al vóór 2028 had, staat niet in de Kamerbrief. Dat bepaalt hoe groot je verlies bij verkoop is.
- Of het doorgaat. Het kabinet wil dat de Eerste Kamer de aanpassing vóór 31 december 2026 aanneemt.
Meer over het plan lees je in Box 3 vanaf 2028.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Twijfel je over een verlies in je eigen aangifte, dan kan een belastingadviseur je situatie bekijken.