Bezwaar of tegenbewijs in box 3: wat is het verschil?

Kort antwoord

Bezwaar maak je binnen 6 weken na de datum van een definitieve aanslag die volgens jou niet klopt. Met tegenbewijs geef je je echte rendement op: was dat lager dan het forfait, dan betaal je over dat lagere bedrag. Voor 2021 en later heb je daar geen bezwaar voor nodig: over 2025 en 2026 gaat het via je aangifte, over 2021-2024 met het formulier Opgaaf werkelijk rendement.

Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.

In het kort

  • Bezwaar: binnen 6 weken na de datum op je definitieve aanslag. Tegen een voorlopige aanslag kan het niet.
  • Tegenbewijs: je echte rendement over één jaar, over je hele box 3-vermogen en zonder heffingsvrij vermogen.
  • Geen bezwaar nodig voor tegenbewijs over 2021 en later. Over 2017-2020 alleen als je destijds op tijd bezwaar maakte of om vermindering vroeg.
  • Rekenvoorbeeld 2026: € 40.000 spaargeld, € 80.000 beleggingen en € 200 echt rendement geven € 72 box 3-belasting in plaats van € 966.
  • Bron: Belastingdienst, Wet tegenbewijsregeling box 3 en Hoge Raad, gecontroleerd op 24 oktober 2026.

Wat is het verschil tussen bezwaar en tegenbewijs?

Bezwaar is een procedure. Je laat de Belastingdienst weten dat een aanslag niet klopt en je legt uit waarom. Tegenbewijs gaat over de som zelf: je laat zien dat je echte rendement lager was dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekende. De regels daarvoor staan in de Wet tegenbewijsregeling box 3 van 14 juli 2025.

BezwaarTegenbewijs
Wat is het?Een reactie op een aanslag: je zegt wat er niet klopt en waarom.Je geeft je echte rendement op. Was dat lager dan het forfait, dan rekent de Belastingdienst met het lagere bedrag.
Waarover?Een definitieve aanslag inkomstenbelasting. Tegen een voorlopige aanslag kan het niet.Je hele box 3-vermogen in één belastingjaar: spaargeld, beleggingen en schulden samen.
Wanneer gebruik je het?Als er iets anders in je aanslag niet klopt, of als je de datum voor je opgaaf liet verlopen.Als je echte rendement lager was dan het voordeel uit sparen en beleggen.
Welke jaren?Elk jaar, zolang de 6 weken na de datum op de aanslag nog lopen.2021-2026 altijd. 2017-2020 alleen na een tijdig bezwaar of verzoek.
Hoe en waar?Online in Mijn Belastingdienst, met een pdf-formulier of met een brief. Zie Hoe maak ik bezwaar?Over 2025 en 2026 in je aangifte. Over 2017-2024 met het formulier Opgaaf werkelijk rendement.
Termijn6 weken na de datum op de aanslag. Daarna een verzoek om vermindering, binnen 5 jaar na het belastingjaar.Staat er een datum in je brief, dan die. De uiterste grens is 5 jaar na het belastingjaar.

De twee routes raken elkaar. Maakte je bezwaar tegen je box 3-inkomen, dan kreeg je een brief om je werkelijk rendement door te geven. Met dat formulier kan de Belastingdienst je bezwaar behandelen. Met tegenbewijs ga je volgens de Belastingdienst nooit meer betalen dan eerder berekend: die rekent met het bedrag dat voor jou het laagst uitkomt.

Welke route geldt voor welk belastingjaar?

Per jaar verschilt waar je je echte rendement opgeeft en of je daar bezwaar voor nodig hebt.

BelastingjaarTegenbewijsBezwaar nodig?
2026In je aangifte inkomstenbelasting over 2026, die je in 2027 doet. De voorlopige aanslag 2026 rekent met het forfait.Nee. Tegen de voorlopige aanslag kan het ook niet: die wijzig je.
2025In je aangifte over 2025. Is je vermogen hoger dan het heffingsvrij vermogen, dan vraagt de aangifte er zelf naar.Nee. Al verstuurd zonder je werkelijk rendement? Dan kun je je aangifte wijzigen.
2021-2024Met het formulier Opgaaf werkelijk rendement in Mijn Belastingdienst. Een brief van de Belastingdienst is niet nodig.Nee, behalve als je de datum in je brief liet verlopen. Zie hieronder.
2017-2020Alleen als je daarover een brief kreeg. Voor 2017-2019 staat het formulier op de site van de Belastingdienst, voor 2020 in Mijn Belastingdienst.Ja: alleen wie destijds op tijd bezwaar maakte of op tijd om vermindering vroeg, kreeg een brief.

Waar je het formulier per jaar vindt, staat bij de Belastingdienst op Formulier Opgaaf werkelijk rendement: waar vind ik dat? Je vult per jaar een apart formulier in. Hoe je het stap voor stap invult, lees je in ons artikel over de opgaaf werkelijk rendement.

Over 2017-2020 besliste de Hoge Raad op 25 juni 2026: een aanslag die al vaststond vóór het Kerstarrest van 24 december 2021, hoeft niet te worden verminderd. Wie geen of te laat bezwaar maakte, of te laat om vermindering vroeg, heeft dus geen recht op herstel. De Belastingdienst nam die uitspraak op 17 juli 2026 over. Volgens de Belastingdienst zijn alle brieven over 2017-2020 verstuurd. Meer daarover lees je in ons artikel over de Hoge Raad en box 3.

Wanneer maak je toch bezwaar?

Bezwaar blijft de route als iets anders in je definitieve aanslag niet klopt, of als je je vermogen anders wilt verdelen met je fiscale partner. Je hebt daarvoor 6 weken na de datum op de aanslag. Hoe dat gaat, staat bij de Belastingdienst op Hoe maak ik bezwaar? Meer uitleg over bezwaar in box 3 lees je in ons artikel over bezwaar maken.

Voor tegenbewijs is bezwaar maar in één geval nodig. Kreeg je een brief dat je je werkelijk rendement mocht doorgeven, en stuurde je het formulier niet op tijd in? Dan krijg je een definitieve aanslag met het forfait. Volgens de veelgestelde vragen van de Belastingdienst maak je dan bezwaar tegen die aanslag en vul je daarna alsnog het formulier in.

Ben je ook te laat voor bezwaar, dan kun je het formulier nog binnen 5 jaar na het belastingjaar insturen. Voor 2021 eindigt die termijn op 31 december 2026. Voor andere fouten in een aanslag doe je na de 6 weken een verzoek om vermindering, met dezelfde termijn van 5 jaar.

Stuurde je het formulier wel op tijd in, maar zit je werkelijk rendement nog niet in je definitieve aanslag? Dan hoef je volgens de Belastingdienst geen bezwaar te maken. Was je echte rendement lager, dan krijg je later een nieuwe aanslag: een verminderingsbeschikking. Betaal de aanslag intussen wel op tijd.

Rekenvoorbeeld 2026: wat levert tegenbewijs op?

We gebruiken de standaardbedragen van onze rekentool. Stel: je hebt op 1 januari 2026 € 40.000 spaargeld en € 80.000 in een indexfonds. Je hebt geen schulden en geen fiscale partner. In 2026 ontvang je € 600 rente en € 1.600 dividend. Op 31 december 2026 staat je fonds op € 78.000. Je stort en neemt niets op.

Eerst de som met het forfait, in de stappen van de Belastingdienst:

StapSomBedrag
Rendement spaargeld€ 40.000 × 1,28%€ 512
Rendement beleggingen€ 80.000 × 6,00%€ 4.800
Belastbaar rendement€ 512 plus € 4.800€ 5.312
Boven het heffingsvrij vermogen€ 120.000 min € 59.357€ 60.643
Aandeel€ 60.643 gedeeld door € 120.00050,536%
Voordeel uit sparen en beleggen€ 5.312 × 50,536%€ 2.684
Box 3-belasting met het forfait€ 2.684 × 36%€ 966

Dan je echte rendement over 2026:

StapSomBedrag
Renteontvangen in 2026€ 600
Dividendontvangen in 2026€ 1.600
Koersresultaat€ 78.000 min € 80.000€ -2.000
Echt rendement€ 600 plus € 1.600 min € 2.000€ 200
Box 3-belasting met tegenbewijs€ 200 × 36%€ 72

Je echte rendement van € 200 is lager dan het voordeel van € 2.684. Met tegenbewijs betaal je dan 36% over € 200: € 72. Dat is € 894 minder dan € 966. Over 2026 geef je dit op in je aangifte, in 2027. Bezwaar heb je hier niet voor nodig.

Het voordeel van € 2.684 is al na aftrek van het heffingsvrij vermogen van € 59.357. Je echte rendement krijgt die aftrek niet. Was je fonds gestegen naar € 86.000, dan was je echte rendement € 8.200 en leverde tegenbewijs niets op. Je eigen bedragen reken je door in de rekentool tegenbewijs. Die rekent zonder schulden, huur of andere bezittingen. Wanneer tegenbewijs loont, lees je in Tegenbewijs indienen: wanneer loont het?

Welke fouten kun je voorkomen?

  • Bezwaar maken tegen je voorlopige aanslag. Dat kan niet. Klopt je voorlopige aanslag 2026 niet meer, dan wijzig je die in Mijn Belastingdienst. Je echte rendement zit nooit in de voorlopige aanslag: dat is pas na afloop van het jaar bekend. Meer lees je in ons artikel over de voorlopige aanslag.
  • Kosten aftrekken. Aan- en verkoopkosten van aandelen en het onderhoud van een tweede woning tellen niet. Er zijn twee uitzonderingen: betaalde rente op een schuld in box 3, en een investering in je tweede woning die de WOZ-waarde verhoogde en die je bij de gemeente meldde.
  • Een storting meetellen als rendement. Geld dat je bijstort, haal je van de waardestijging af. Geld dat je opneemt, tel je erbij op. Stort je in 2026 € 5.000 bij en staat je fonds eind 2026 op € 83.000, dan is je koersresultaat € 83.000 min € 80.000 min € 5.000: € -2.000.
  • Het heffingsvrij vermogen van je echte rendement aftrekken. Bij tegenbewijs is er geen heffingsvrij vermogen. Je vergelijkt je hele echte rendement met het voordeel na de vrijstelling.
  • Alleen je beleggingen opgeven. Tegenbewijs gaat over je hele vermogen in box 3: spaargeld, beleggingen en schulden samen.
  • Een verlies doorschuiven. Is je echte rendement negatief, dan wordt het € 0. Het verlies mag je niet verrekenen met een ander jaar.

Wat precies meetelt als echt rendement, staat bij de Belastingdienst op Wat is mijn werkelijk rendement? Wie over 2017-2020 geen recht meer heeft op herstel, lees je op Massaal bezwaar plus.

Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Twijfel je welke route voor jouw jaren geldt, dan kan een belastingadviseur je situatie bekijken.

Veelgestelde vragen

Staat je vraag er niet bij? Mail ons, dan zetten we hem erbij.

Moet ik bezwaar maken om tegenbewijs in te dienen?

Voor 2021 en later niet. Over 2025 en 2026 geef je je echte rendement op in je aangifte, over 2021-2024 met het formulier Opgaaf werkelijk rendement. Over 2017-2020 kan het alleen als je destijds op tijd bezwaar maakte of op tijd om vermindering vroeg, en je daarover een brief van de Belastingdienst kreeg.

Kan ik bezwaar maken tegen mijn voorlopige aanslag 2026?

Nee. Tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting kun je geen bezwaar maken. Klopt die niet meer, dan wijzig je hem in Mijn Belastingdienst. Je echte rendement over 2026 geef je op in je aangifte over 2026, die je in 2027 doet.

Hoe lang heb ik om bezwaar te maken tegen mijn aanslag?

6 weken na de datum op de aanslag. Ben je te laat, dan kun je de Belastingdienst nog vragen om de aanslag te verminderen. Voor de inkomstenbelasting moet dat verzoek binnen 5 jaar na het belastingjaar binnen zijn. Voor 2021 is dat uiterlijk 31 december 2026.

Kan ik met tegenbewijs meer belasting gaan betalen?

Nee. Volgens de Belastingdienst ga je nooit meer betalen dan eerder berekend. Is je echte rendement hoger dan het forfait, dan blijft de aanslag met het forfait gelden.

Ik heb over 2017-2020 geen bezwaar gemaakt. Krijg ik nog geld terug?

Nee. De Hoge Raad besliste op 25 juni 2026 dat een aanslag die al vaststond vóór het Kerstarrest van 24 december 2021, niet hoeft te worden verminderd. De Belastingdienst nam die uitspraak op 17 juli 2026 over. Over 2021-2024 mag je je werkelijk rendement wel altijd doorgeven.

Wat levert tegenbewijs op over 2026?

Dat hangt af van je rendement. Rekenvoorbeeld zonder fiscale partner: € 40.000 spaargeld en € 80.000 beleggingen geven met het forfait € 966 box 3-belasting. Was je echte rendement € 200, dan betaal je met tegenbewijs 36% daarvan: € 72. Dat scheelt € 894.