Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- Jaren: over 2021-2024 mag iedereen met box 3-inkomen het formulier invullen, ook zonder brief. Over 2017-2020 alleen wie een brief van de Belastingdienst kreeg.
- Waar: online in Mijn Belastingdienst. Voor 2017-2019 is er een apart formulier waarvoor je inlogt met DigiD.
- Uiterste datum 2021: het formulier over 2021 moet op 31 december 2026 binnen zijn.
- Uitkomst: de Belastingdienst rekent met het bedrag dat voor jou het gunstigst is. Bericht kan tot in 2030 duren.
- Rekenvoorbeeld 2023: € 3.000 echt rendement tegenover € 5.220 verondersteld voordeel. De belasting daalt van € 1.670 naar € 960.
- Bron: Belastingdienst en Wet tegenbewijsregeling box 3, gecontroleerd op 24 oktober 2026.
Wat is het formulier Opgaaf werkelijk rendement?
Box 3 rekent met een verondersteld rendement. Was je echte rendement in een jaar lager, dan mag je dat doorgeven. De Belastingdienst rekent dan met je echte rendement. Zo staat het in de Wet tegenbewijsregeling box 3.
Over 2025 en later geef je je echte rendement op in je aangifte inkomstenbelasting. Over 2024 en eerder gebruik je een apart formulier: de Opgaaf werkelijk rendement. Een brief met je eigen berekening is niet genoeg. Volgens de wet gebruik je het formulier van de Belastingdienst. Je vult per jaar een apart formulier in. Verplicht is het niet, ook niet als je een brief kreeg.
Voor welke jaren mag je het formulier invullen?
| Belastingjaar | Mag je het formulier invullen? | Waar? |
|---|---|---|
| 2025 en later | Nee, je geeft het op in je aangifte | Aangifte inkomstenbelasting |
| 2021-2024 | Ja, als je box 3-inkomen had, ook zonder brief | Mijn Belastingdienst |
| 2020 | Alleen als je een brief van de Belastingdienst kreeg | Mijn Belastingdienst |
| 2017-2019 | Alleen als je een brief van de Belastingdienst kreeg | Apart formulier, inloggen met DigiD |
Voor 2017-2020 heeft de Belastingdienst alle brieven verstuurd. Kreeg je voor een van die jaren geen brief, dan mag je dat jaar niet opgeven. De brief ging naar wie op tijd bezwaar maakte of op tijd om vermindering vroeg.
Wie geen of te laat bezwaar maakte, heeft over 2017-2020 geen recht op herstel. Dat besliste de Hoge Raad op 25 juni 2026. De Belastingdienst nam die uitspraak op 17 juli 2026 over. Meer over de uitspraken lees je in de Hoge Raad over box 3. Of bezwaar of tegenbewijs bij jouw situatie past, lees je in bezwaar of tegenbewijs.
Waar vind je het formulier Opgaaf werkelijk rendement?
De Belastingdienst legt per jaar uit waar je het formulier vindt. Voor 2020-2024 staat het in Mijn Belastingdienst. Kies het jaar, log in en klik op ‘Mijn werkelijk rendement box 3 opgeven’. Downloaden kan niet. Voor 2017, 2018 en 2019 log je met DigiD in op een apart formulier, buiten Mijn Belastingdienst.
Op papier kan ook. Je bestelt het formulier via 0800-023 01 07, één per telefoontje. Meer tegelijk bestel je via de BelastingTelefoon: 0800-0543. Op papier zie je niet of je echte rendement lager is dan het veronderstelde. Het online formulier laat dat wel zien.
Heb je geen brief, dan beantwoord je in het formulier de vraag of je een brief kreeg met ‘Nee’. Daarna vul je zelf het bedrag in uit je verzonden aangifte of je laatste aanslag. Waar je dat bedrag vindt, staat bij de Belastingdienst onder Kan ik zonder brief het formulier invullen?
Het formulier is niet vooraf ingevuld en bijlagen stuur je niet mee. Je kunt tussendoor opslaan en later verdergaan. Wil je na het versturen iets aanpassen, dan vul je het formulier opnieuw in en verstuur je het nog een keer.
Tot wanneer kun je je werkelijk rendement opgeven?
Kreeg je een brief, dan staat de uiterste datum in die brief. Voor 2021 moet het formulier volgens de Belastingdienst uiterlijk op 31 december 2026 binnen zijn. Dat staat in een bericht van 21 augustus 2026 over de brieven voor 2021.
Ben je te laat, dan krijg je een definitieve aanslag met het veronderstelde rendement. Daartegen kun je bezwaar maken binnen 6 weken na de datum op de aanslag. Ben je daarvoor ook te laat, dan kun je het formulier volgens de Belastingdienst nog insturen binnen 5 jaar na het jaar waarover de aanslag gaat. Voor 2022-2024 vonden we op de site van de Belastingdienst geen aparte einddatum.
Wat telt mee in je werkelijk rendement?
Je telt op wat al je bezittingen en schulden samen in dat jaar opleverden. Winst op het ene deel en verlies op het andere vallen tegen elkaar weg. Een heffingsvrij vermogen is er bij het echte rendement niet.
| Onderdeel | Telt mee? |
|---|---|
| Rente op spaargeld | Ja, de rente die je ontving |
| Dividend | Ja |
| Huur van een verhuurde woning | Ja, de kale huur zonder servicekosten |
| Waardeverandering van beleggingen, crypto of een 2e woning | Ja, ook als je niets verkocht |
| Rente die je betaalde op een schuld in box 3 | Ja, als min, zonder drempel |
| Aan- en verkoopkosten, onderhoud van een 2e woning | Nee |
Voor je beleggingen reken je zo: dividend, plus de waarde op 31 december, min de waarde op 1 januari, min wat je dat jaar kocht, plus wat je verkocht. Kocht je in april nog aandelen, dan telt het rendement daarop ook mee.
Is het totaal negatief, dan zet de Belastingdienst je werkelijk rendement op € 0. Een verlies mag je niet verrekenen met een ander jaar. Op de regel dat kosten niet meetellen, is een uitzondering: verbouwde je je 2e woning en steeg daardoor de WOZ-waarde, dan trek je dat bedrag af van de WOZ-waarde aan het eind van het jaar. Dat mag alleen als je de verbouwing bij de gemeente meldde.
Welke gegevens heb je nodig?
- De brief van de Belastingdienst, als je die kreeg. Daarin staat je veronderstelde rendement.
- Zonder brief: je ‘Voordeel sparen en beleggen’ uit je verzonden aangifte of je laatste aanslag. Met een fiscale partner heb je ook de grondslag sparen en beleggen van jullie samen nodig en jouw deel daarvan.
- De jaaroverzichten van je bank en broker: rente, dividend, waarde op 1 januari en 31 december, aan- en verkopen.
- Voor een 2e woning: de WOZ-waarde voor dat jaar, die voor het jaar erna en de huur die je ontving.
- Voor schulden in box 3: de rente die je dat jaar betaalde.
De Belastingdienst heeft een checklist per jaar. Daarin zie je ook of je dat jaar mag opgeven. Met een fiscale partner verdeelt de Belastingdienst jullie echte rendement zoals jullie in de aangifte de grondslag verdeelden. Jullie mogen het formulier ook ieder apart invullen. Meer daarover lees je in box 3 met een fiscale partner.
Rekenvoorbeeld 2023: loont de opgaaf?
De regels verschillen per jaar. We rekenen met die van 2023: 0,92% voor spaargeld, 6,17% voor beleggingen, een heffingsvrij vermogen van € 57.000 en een tarief van 32%. Over 2021 en 2022 rekende de Belastingdienst met twee methodes en nam de gunstigste. Daarom kiezen we 2023.
Stel: je hebt op 1 januari 2023 € 77.500 spaargeld en € 110.000 aan beleggingen. Je hebt geen fiscale partner en geen schulden. Eerst de som met het veronderstelde rendement.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rendement spaargeld | € 77.500 × 0,92% | € 713 |
| Rendement beleggingen | € 110.000 × 6,17% | € 6.787 |
| Belastbaar rendement | € 713 plus € 6.787 | € 7.500 |
| Rendementsgrondslag | € 77.500 plus € 110.000 | € 187.500 |
| Boven het heffingsvrij vermogen | € 187.500 min € 57.000 | € 130.500 |
| Aandeel | € 130.500 gedeeld door € 187.500 | 69,60% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 7.500 × 69,60% | € 5.220 |
| Box 3-belasting | € 5.220 × 32% | € 1.670 |
In 2023 ontving je € 1.000 rente en € 1.000 dividend. In de loop van het jaar kocht je voor € 6.000 aan beleggingen bij. Op 31 december 2023 waren je beleggingen € 117.000 waard.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rente | Ontvangen in 2023 | € 1.000 |
| Dividend | Ontvangen in 2023 | € 1.000 |
| Waardeverandering beleggingen | € 117.000 min € 110.000 min € 6.000 | € 1.000 |
| Werkelijk rendement | € 1.000 plus € 1.000 plus € 1.000 | € 3.000 |
| Box 3-belasting | € 3.000 × 32% | € 960 |
Je echte rendement van € 3.000 is lager dan het voordeel van € 5.220. De Belastingdienst rekent dan met € 3.000. Je betaalt € 960 in plaats van € 1.670, dat scheelt € 710. Vergeet je de aankoop van € 6.000 af te trekken, dan lijkt je rendement € 9.000. Dan lijkt de opgaaf niets op te leveren.
Je eigen voordeel uit sparen en beleggen hoef je niet uit te rekenen. Het staat in je aangifte of op je aanslag. Of het voor jou loont, hangt sterk af van het jaar. De Belastingdienst geeft deze vergelijking:
| Jaar | Verondersteld rendement beleggingen | Gemiddeld rendement aandelen |
|---|---|---|
| 2017 | 5,39% | 13,72% |
| 2018 | 5,38% | -10,02% |
| 2019 | 5,59% | 24,57% |
| 2020 | 5,28% | -1,71% |
| 2021 | 5,69% | 23,32% |
| 2022 | 5,53% | -7,97% |
| 2023 | 6,17% | 15,04% |
| 2024 | 6,04% | 8,43% |
In 2018, 2020 en 2022 daalden aandelen gemiddeld. In die jaren is de kans groter dat je echte rendement lager was. Met alleen spaargeld is die kans volgens de Belastingdienst klein. Onze rekentool tegenbewijs rekent alleen over 2026, niet over de jaren van dit formulier. Hoe tegenbewijs in het algemeen werkt, lees je in Tegenbewijs indienen: wanneer loont het?
Wat gebeurt er nadat je het formulier hebt verstuurd?
De Belastingdienst vergelijkt je echte rendement met het veronderstelde voordeel en neemt het bedrag dat voor jou het gunstigst is. Je gaat nooit meer betalen dan eerder berekend. Is je echte rendement hoger, dan blijft je aanslag zoals die was.
Is je echte rendement lager, dan verwerkt de Belastingdienst het in je definitieve aanslag. Heb je die al, dan krijg je een verminderingsbeschikking: een nieuwe aanslag met een lager bedrag. Maakte je bezwaar, dan krijg je een uitspraak op je bezwaar.
Dat duurt lang. De Belastingdienst houdt rekening met zo’n 10 miljoen formulieren. Over 2021-2024 verstuurt de Belastingdienst vanaf juni 2026 de eerste berichten. Het kan tot in 2030 duren voordat je iets hoort. Elk formulier wordt apart behandeld, ook als jij en je partner ieder een formulier instuurden. Je krijgt bericht in Mijn Belastingdienst, in je Berichtenbox op MijnOverheid of per post. Zo staat het op de pagina Wanneer krijg ik bericht?
Krijg je intussen een definitieve aanslag zonder je echte rendement, dan hoef je over box 3 geen bezwaar te maken. Betaal de aanslag wel op tijd. Betaalde je te veel, dan krijg je dat later terug. Had je al een definitieve aanslag, dan geldt geen drempel: je krijgt ook een klein bedrag terug.
Een lager box 3-inkomen verlaagt ook je drempelinkomen. Daardoor kun je recht krijgen op meer aftrek van specifieke zorgkosten of giften.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Twijfel je of je een jaar mag opgeven, gebruik dan de checklist van de Belastingdienst.