Box 3-percentages per jaar: forfaits en tarief van 2017 tot en met 2026

Kort antwoord

In 2026 rekent box 3 met 1,28% voor banktegoeden en 2,70% voor schulden, allebei voorlopig, en met 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen. Het tarief is 36% en € 59.357 per persoon is vrij. Over 2025 golden 1,37%, 5,88% en 2,70%.

Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.

In het kort

  • 2026: 1,28% voor banktegoeden en 2,70% voor schulden, allebei voorlopig. Beleggingen en andere bezittingen: 6,00%. Tarief: 36%.
  • 2025: 1,37%, 5,88% en 2,70%. Die staan vast sinds een regeling van 12 februari 2026.
  • Definitief voor 2026: de Belastingdienst stelt de percentages voor banktegoeden en schulden begin 2027 vast.
  • Rekenvoorbeeld: met € 40.000 spaargeld en € 80.000 beleggingen reken je in 2026 met gemiddeld 4,43%.
  • Plan 2027: 1,5 procentpunt erbij op overige bezittingen en € 30.846 vrij per persoon. Dat is nog geen wet.
  • Bron: Belastingdienst, Wet inkomstenbelasting 2001 en Staatscourant, gecontroleerd op 25 oktober 2026.

Welke box 3-percentages gelden in 2026?

Box 3 rekent met een vast verondersteld rendement per soort bezit. Je echte rente of koerswinst telt in die som niet mee. Sinds 2023 rekent box 3 voor iedereen met drie soorten vermogen: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Dit zijn de percentages en bedragen van de laatste vier jaar.

JaarBanktegoedenOverige bezittingenSchuldenDrempel schuldenHeffingsvrij vermogenTarief
20261,28% (voorlopig)6,00%2,70% (voorlopig)€ 3.800€ 59.35736%
20251,37%5,88%2,70%€ 3.800€ 57.68436%
20241,44%6,04%2,61%€ 3.700€ 57.00036%
20230,92%6,17%2,46%€ 3.400€ 57.00032%

De drempel en het heffingsvrij vermogen gelden per persoon. Met een fiscale partner zijn ze het dubbele, zoals € 118.714 vrij in 2026. Onder banktegoeden vallen onder meer je spaar- en betaalrekeningen en contant geld boven de vrijstelling. Overige bezittingen zijn bijvoorbeeld aandelen, obligaties, crypto en een tweede woning. Wat waar valt, lees je in Wat telt mee in box 3?

Wat is een forfait en hoe reken je je eigen percentage uit?

Een forfait is een vast percentage uit de wet. De Belastingdienst gaat ervan uit dat je dat rendement haalde, ook als je echte rendement anders was. Je spaargeld krijgt het lage percentage, je beleggingen het hoge. Over je schulden boven de drempel gaat het percentage voor schulden er weer af.

Uit die sommen volgt één gemiddeld percentage: het totale rendement gedeeld door je vermogen. Dat gemiddelde telt alleen over het deel boven het heffingsvrij vermogen.

Rekenvoorbeeld 2026: € 40.000 × 1,28% is € 512 en € 80.000 × 6,00% is € 4.800. Samen is dat € 5.312 op € 120.000, gemiddeld 4,43%. Over de € 60.643 boven de vrijstelling geeft dat € 2.684 voordeel en € 966 belasting.

Staat een groter deel van je vermogen op de bank, dan daalt je gemiddelde. De hele som staat stap voor stap in Box 3 uitgelegd. Je eigen percentage zie je in de rekentool box 3.

Hoe wordt het percentage voor spaargeld vastgesteld?

Het percentage voor overige bezittingen ligt aan het begin van het jaar vast. Het volgt uit het rendement op lange termijn van vastgoed (53%), aandelen (33%) en obligaties (14%). Zo staat het in artikel 10.6ter van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Voor banktegoeden en schulden is de echte rente pas na afloop van het jaar bekend. Daarom werkt de voorlopige aanslag met een voorlopig percentage. Volgens artikel 9.5a is dat voor banktegoeden de rente van juli van het jaar ervoor op spaartegoeden van huishoudens met een opzegtermijn van maximaal drie maanden. Voor schulden is het de rente van juli op alle uitstaande woninghypotheken van huishoudens. Beide cijfers publiceert De Nederlandsche Bank.

Na afloop van het jaar volgt het definitieve percentage. Dat is het gemiddelde over twaalf maandcijfers: januari tot en met november, waarbij november twee keer meetelt. De staatssecretaris van Financiën legt het vast in een regeling die terugwerkt tot 1 januari.

Voor 2025 gebeurde dat op 12 februari 2026. In de wet stond voor 2025 nog 1,44% voor banktegoeden en 2,61% voor schulden. Met de regeling in de Staatscourant werd dat 1,37% en 2,70%.

Voor 2026 volgt die stap begin 2027. Je definitieve aanslag over 2026 rekent met de vastgestelde percentages. Wordt het percentage voor banktegoeden lager dan 1,28%, dan daalt je box 3-belasting over 2026. Voor schulden werkt het andersom: een hoger percentage verlaagt je belasting.

Welke percentages golden van 2017 tot en met 2022?

Na de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021 kwam er rechtsherstel. Dat is een nieuwe som met je echte verdeling over banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Die som geldt voor 2021 en 2022 voor iedereen met box 3-inkomen. Over 2017-2020 alleen voor wie meedeed aan het massaal bezwaar, of wiens aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. De Belastingdienst rekent ook met de oude methode en past de gunstigste toe.

JaarBanktegoedenOverige bezittingenSchuldenHeffingsvrij vermogenTarief
20220,00%5,53%2,28%€ 50.65031%
20210,01%5,69%2,46%€ 50.00031%
20200,04%5,28%2,74%€ 30.84630%
20190,08%5,59%3,00%€ 30.36030%
20180,12%5,38%3,20%€ 30.00030%
20170,25%5,39%3,43%€ 25.00030%

De drempel voor schulden was € 3.000 in 2017 en 2018, € 3.100 in 2019 en 2020 en € 3.200 in 2021 en 2022.

In de oude methode telde je echte verdeling niet. De wet deelde het vermogen boven de vrijstelling op in drie schijven. In schijf 1 ging de wet uit van 67% sparen en 33% beleggen, in schijf 2 van 21% sparen en 79% beleggen. Schijf 3 telde helemaal als belegging. Hoe groter je vermogen, hoe hoger je gemiddelde percentage.

JaarSparenBeleggenSchijf 1 totSchijf 2 tot
2022-0,01%5,53%€ 50.650€ 962.350
20210,03%5,69%€ 50.000€ 950.000
20200,07%5,28%€ 72.797€ 1.005.572
20190,13%5,59%€ 71.650€ 989.736
20180,36%5,38%€ 70.800€ 978.000
20171,63%5,39%€ 75.000€ 975.000

Was je echte rendement lager, dan kun je dat over 2021-2024 nog doorgeven. Over 2017-2020 kan dat alleen als je een brief van de Belastingdienst kreeg. Hoe dat werkt, lees je in Opgaaf werkelijk rendement over eerdere jaren. Wie over welk jaar geld terugkrijgt, staat in de Hoge Raad over box 3.

Wat verandert er aan de percentages in 2027?

PlanHet kabinet wil het forfait voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt verhogen. Het heffingsvrij vermogen gaat dan terug naar het niveau van 2020: € 30.846 per persoon. Dat staat in de Kamerbrief van 29 september 2026. De Tweede en de Eerste Kamer moeten er nog over beslissen.

Het percentage voor overige bezittingen in 2027 zonder die verhoging is nog niet bekend. In onze rekentool gaan we uit van 6,00% plus 1,5 procentpunt: 7,50%. Op 25 oktober 2026 had de Belastingdienst nog geen percentages voor 2027 gepubliceerd. Wat het plan kost, lees je in Box 3 in 2027.

PlanVanaf 2028 wil het kabinet box 3 heffen over je echte rendement. Wat daarover al vaststaat, lees je in Box 3 vanaf 2028.

Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.

Veelgestelde vragen

Staat je vraag er niet bij? Mail ons, dan zetten we hem erbij.

Wat is het box 3-percentage voor spaargeld in 2026?

1,28%. Dat percentage voor banktegoeden is voorlopig. De Belastingdienst stelt het definitieve percentage begin 2027 vast en gebruikt dat in je definitieve aanslag over 2026. Voor beleggingen en andere bezittingen geldt 6,00%, voor schulden 2,70%, ook voorlopig.

Wat was het forfaitair rendement in 2025?

1,37% voor banktegoeden, 5,88% voor beleggingen en andere bezittingen en 2,70% voor schulden. De percentages voor banktegoeden en schulden staan vast sinds een regeling van 12 februari 2026. Het heffingsvrij vermogen was € 57.684 per persoon en het tarief 36%.

Wat was het rendementspercentage voor spaargeld in 2024?

1,44% voor banktegoeden. Voor beleggingen en andere bezittingen gold 6,04% en voor schulden 2,61%. Het heffingsvrij vermogen was € 57.000 per persoon en het tarief 36%.

Hoe hoog was het box 3-tarief per jaar?

30% in 2017 tot en met 2020, 31% in 2021 en 2022, 32% in 2023 en 36% in 2024, 2025 en 2026.

Wanneer is het definitieve box 3-percentage voor 2026 bekend?

Begin 2027. Het percentage voor banktegoeden is dan het gemiddelde van de maandcijfers van De Nederlandsche Bank over januari tot en met november 2026, waarbij november twee keer meetelt. Voor schulden werkt het net zo, met de rente op woninghypotheken. De percentages voor 2025 zijn op 12 februari 2026 vastgesteld.

Hoe reken ik mijn gemiddelde box 3-percentage uit?

Vermenigvuldig elk soort bezit met zijn percentage, tel de uitkomsten op en deel door je vermogen. Rekenvoorbeeld 2026: € 40.000 spaargeld × 1,28% is € 512 en € 80.000 beleggingen × 6,00% is € 4.800. Samen € 5.312 op € 120.000: gemiddeld 4,43%. Dat percentage telt over het deel boven het heffingsvrij vermogen.

Bronnen

Laatst gecontroleerd op . Fout gezien?