Koerswinst van vóór 2028: wordt die belast als je later verkoopt?

Kort antwoord

PlanVolgens de Wet werkelijk rendement box 3, die de Tweede Kamer op 12 februari 2026 aannam, telt waardestijging van vóór 2028 niet mee: voor vastgoed en startupaandelen geldt de waarde op 1 januari 2028 als verkrijgingsprijs. Het kabinet wil vanaf 2028 ook aandelen en obligaties pas bij verkoop belasten. Welke startwaarde dan voor je bestaande beleggingen geldt, is op 25 oktober 2026 nog niet bekend.

Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.

In het kort

  • Wetsvoorstel: waardestijging van vóór 1 januari 2028 telt in het nieuwe stelsel niet mee. Over de jaren tot en met 2027 betaal je box 3 volgens de huidige regels.
  • Vastgoed en startups: de waarde op 1 januari 2028 geldt als verkrijgingsprijs. Voor een woning is dat de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2028.
  • Novelle: het kabinet wil aandelen, obligaties en opties vanaf 2028 pas bij verkoop belasten. Welke startwaarde dan geldt, is nog niet bekend.
  • Rekenvoorbeeld: je kocht in 2020 een fonds voor € 20.000. Op 1 januari 2028 is het € 32.000 waard, in 2031 verkoop je het voor € 40.000. Met de regel uit het wetsvoorstel is € 8.000 winst belast.
  • Bron: Kamerstuk 36748 en de Kamerbrief van 29 september 2026, gecontroleerd op 25 oktober 2026.

Wordt koerswinst van vóór 2028 belast?

PlanVolgens het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 niet. De Tweede Kamer nam dat wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan. De Eerste Kamer heeft er nog niet over gestemd.

Het wetsvoorstel belast waardestijging op twee manieren. Voor de meeste bezittingen, zoals aandelen, fondsen en obligaties, geldt een vermogensaanwasbelasting. Dan telt elk jaar het verschil tussen de waarde aan het begin en aan het eind van het jaar (artikel 5.8). Het eerste jaar begint op 1 januari 2028. Wat je fonds daarvoor steeg, valt erbuiten.

Voor vastgoed en aandelen in een startende onderneming geldt een vermogenswinstbelasting. Dan betaal je pas over de waardestijging als je verkoopt. Je winst is de verkoopprijs min de verkrijgingsprijs. Had je het bezit al op 1 januari 2028, dan stelt artikel 10a.31 die verkrijgingsprijs op de waarde aan het begin van 2028. Zonder die regel zou volgens de memorie van toelichting ook winst of verlies van vóór 2028 meetellen.

Tot en met 2027 betaal je box 3 volgens de huidige regels, over een verondersteld rendement op je vermogen op 1 januari. Volgens het kabinet is de waardestijging van een woning in 2027 daarmee al belast. Daarom telt die in het nieuwe stelsel niet nog een keer.

Welke startwaarde geldt op 1 januari 2028?

In de wet heet de startwaarde de verkrijgingsprijs. Dit staat in het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, aangevuld met de memorie van toelichting:

BezittingStartwaarde volgens het wetsvoorstel
Aandelen, fondsen en obligatiesWaarde op 1 januari 2028, als begin van het eerste jaar
Tweede woning of verhuurde woning in NederlandWOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2028
Verhuurde woning, huurder met huurbeschermingDie WOZ-waarde maal de leegwaarderatio
Bedrijfspand of grondWaarde in het economisch verkeer op 1 januari 2028
Aandelen in een startende ondernemingWaarde in het economisch verkeer op 1 januari 2028

Let op de WOZ-waarde. Nu telt voor box 3 de WOZ-waarde van een jaar eerder: voor 2026 die met waardepeildatum 1 januari 2025. Als startwaarde kiest het wetsvoorstel de waardepeildatum 1 januari 2028. Dat is de WOZ-waarde die op je WOZ-beschikking voor 2029 staat.

Een startende onderneming is volgens artikel 5.17 onder meer een vennootschap die hooguit vijf jaar geleden is opgericht, niet meer dan € 30 miljoen omzet heeft en niet op de beurs staat. Aandelen van een beursgenoteerd bedrijf horen daar dus niet bij. Verbeter je na 1 januari 2028 je woning, dan tellen de kosten van die verbeteringen bij de verkrijgingsprijs (artikel 5.25).

Rekenvoorbeeld: je kocht in 2012 een vakantiehuis voor € 150.000. De WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2028 is € 290.000. Verkoop je het in 2033 voor € 330.000, dan is je winst volgens het wetsvoorstel € 40.000, min de kosten van de verkoop. De € 140.000 van vóór 2028 telt niet. Hoe vastgoed nu meetelt, lees je in Tweede woning in box 3.

Wat verandert de novelle van september 2026?

PlanIn de Kamerbrief van 29 september 2026 kiest het kabinet voor de snelste route naar een vermogenswinstbelasting. Met een novelle, een wijziging van het wetsvoorstel, gaat die per 2028 gelden voor alle financiële instrumenten. De brief noemt onder andere aandelen, obligaties en opties. Volgens het kabinet gaat het om circa 90% van het vermogen in box 3 dat in waarde stijgt of daalt. De overige bezittingen volgen in 2030.

Voor je aandelen betekent dat: geen belasting meer over de koersstijging per jaar, wel over de winst als je verkoopt. Dan wordt de startwaarde belangrijk. Het wetsvoorstel regelt die nu alleen voor vastgoed en startups. Over de startwaarde van aandelen die je al hebt, of over overgangsrecht, zegt de brief niets. Een tarief noemt de brief ook niet.

Een indexfonds of ETF noemt de brief niet apart. Welke beleggingen precies onder de financiële instrumenten vallen, moet de novelle regelen. Voor crypto komt een apart wetsvoorstel, dat crypto in 2030 onder de vermogenswinstbelasting brengt. Dat zei de staatssecretaris op 5 oktober 2026 volgens een nieuwsbericht van de Eerste Kamer. Meer in Crypto in box 3.

Het kabinet vroeg op 2 oktober 2026 spoedadvies aan de Raad van State, meldt hetzelfde bericht. De commissie Financiën van de Tweede Kamer schreef op 9 oktober 2026 dat ze de novelle nog niet had ontvangen. Ze schetste een behandeling met een stemming op 12 november 2026. De novelle moet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Op 25 oktober 2026 stond de tekst nog niet op de sites van de Tweede en de Eerste Kamer.

Wat betekent dit voor je indexfonds uit 2020?

Rekenvoorbeeld. Stel: je kocht in 2020 voor € 20.000 een indexfonds dat geen dividend uitkeert. Op 1 januari 2028 is het € 32.000 waard. In 2031 verkoop je alles voor € 40.000. Je hebt geen fiscale partner en ontvangt in 2031 geen andere rente of dividend.

Omdat de novelle niet openbaar is, rekenen we met de startwaarde die het wetsvoorstel voor vastgoed regelt: de waarde op 1 januari 2028. Verder gebruiken we de € 1.000 heffingsvrij resultaat die de Kamerbrief per 2028 noemt, en het tarief van 36% uit het wetsvoorstel (artikel 2.13).

StapSomBedrag
Winst sinds aankoop€ 40.000 min € 20.000€ 20.000
Opgebouwd vóór 2028€ 32.000 min € 20.000€ 12.000
Belaste winst bij verkoop€ 40.000 min € 32.000€ 8.000
Na heffingsvrij resultaat€ 8.000 min € 1.000€ 7.000
Box 3-belasting over 2031€ 7.000 × 36%€ 2.520

Over de € 12.000 van vóór 2028 betaal je in dit voorbeeld bij verkoop niets. Die jaren vallen onder het huidige stelsel, waarin box 3 elk jaar rekent met een verondersteld rendement.

Laat de novelle toch de aankoopprijs uit 2020 tellen, dan is de belaste winst € 20.000. Na de € 1.000 vrij resultaat betaal je dan € 6.840 (€ 19.000 × 36%). Dat is € 4.320 meer. Dat verschil hangt dus af van één regel die nog niet openbaar is.

Wordt het wetsvoorstel wet zonder de novelle, dan valt je fonds onder de vermogensaanwasbelasting. Over dezelfde € 8.000 betaal je dan niet bij verkoop, maar verspreid over 2028 tot en met 2031: elk jaar over de waardeverandering van dat jaar. Ook dan telt de € 12.000 van vóór 2028 niet mee.

Met een startwaarde op 1 januari 2028 heb je verlies als je fonds bij verkoop minder waard is dan op die datum, ook als je meer krijgt dan je in 2020 betaalde. Is je inkomen uit sparen en beleggen in een jaar negatief, dan verreken je volgens het wetsvoorstel het deel boven € 500 met latere jaren. Meer in Verlies verrekenen in box 3.

De rekentool box 3 rekent het plan 2028 zonder winst van vóór 2028. Vul bij Verkochte winst alleen de winst in die je in 2028 boekt.

Wat staat nog niet vast?

  • De startwaarde voor aandelen, obligaties en fondsen. De waarde op 1 januari 2028 of de aankoopprijs: dat moet de novelle regelen.
  • Wat een financieel instrument is. De brief noemt aandelen, obligaties en opties als voorbeelden.
  • Het tarief en het vrije resultaat. Het wetsvoorstel noemt 36% en € 1.800 heffingsvrij resultaat. De Kamerbrief noemt € 1.000 en geen tarief.
  • Of het doorgaat. De Tweede en de Eerste Kamer moeten de novelle nog aannemen. De Eerste Kamer moet ook nog over het wetsvoorstel zelf stemmen.

Het hele plan lees je in Box 3 vanaf 2028: wat verandert er?

Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. We werken dit artikel bij zodra de tekst van de novelle openbaar is.

Veelgestelde vragen

Staat je vraag er niet bij? Mail ons, dan zetten we hem erbij.

Wordt koerswinst van vóór 2028 belast als ik later verkoop?

Volgens het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 niet. Voor vastgoed en startupaandelen geldt de waarde op 1 januari 2028 als verkrijgingsprijs. Voor andere beleggingen telt de waardeverandering vanaf die datum. Het kabinet past het wetsvoorstel aan met een novelle. Welke startwaarde die voor aandelen en fondsen kiest, is op 25 oktober 2026 nog niet bekend.

Wat is de startwaarde van mijn aandelen op 1 januari 2028?

Dat staat nog niet vast. In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het op 12 februari 2026 aannam, vallen aandelen onder de vermogensaanwasbelasting: het eerste jaar begint met de waarde op 1 januari 2028. Met een novelle wil het kabinet aandelen pas bij verkoop belasten. De Kamerbrief van 29 september 2026 zegt niets over de startwaarde.

Welke WOZ-waarde geldt als startwaarde voor mijn tweede woning?

Volgens het wetsvoorstel de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2028. Dat is de WOZ-waarde voor het jaar 2029. Voor een verhuurde woning met huurbescherming geldt daarbij de leegwaarderatio. Voor grond of een bedrijfspand telt de waarde in het economisch verkeer op 1 januari 2028.

Telt de aankoopprijs van mijn beleggingen nog mee na 2028?

Voor vastgoed en startupaandelen die je al had op 1 januari 2028 niet: het wetsvoorstel stelt de verkrijgingsprijs op de waarde op die datum. Koop je later, dan telt wat je betaalt, plus de kosten van de aankoop. Voor aandelen en fondsen moet de novelle dit nog regelen.

Hoeveel belasting betaal ik als ik mijn fonds in 2031 verkoop?

Dat hangt af van regels die nog niet vaststaan. Rekenvoorbeeld: gekocht in 2020 voor € 20.000, € 32.000 waard op 1 januari 2028, verkocht in 2031 voor € 40.000, zonder andere rente of dividend. Telt de waarde op 1 januari 2028, dan is € 8.000 belast en betaal je na € 1.000 vrij resultaat € 2.520 (36%). Telt de aankoopprijs, dan is dat € 6.840.