Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- Peildatum: je erft op de dag van het overlijden. Je deel telt in box 3 vanaf 1 januari daarna, ook als de erfenis dan nog niet verdeeld of uitbetaald is.
- Onverdeelde erfenis: elke erfgenaam geeft zijn eigen deel van de bezittingen en schulden op.
- Erfbelasting: wat je op 1 januari nog moet betalen, mag je in box 3 als schuld opgeven. De drempel van € 3.800 geldt ook hier.
- Wettelijke verdeling: je niet-opeisbare vordering op je langstlevende ouder telt niet mee. Die ouder mag de schuld aan jou ook niet aftrekken.
- Rekenvoorbeeld: met € 50.000 spaargeld betaal je over 2026 geen box 3-belasting. Erfde je in 2025 beleggingen die op 1 januari 2026 € 100.000 waard zijn, dan wordt dat € 1.444.
- Bron: Belastingdienst en de Wet inkomstenbelasting 2001, gecontroleerd op 25 oktober 2026.
Vanaf wanneer telt een erfenis mee in box 3?
Je erft op het moment dat iemand overlijdt. Op dat moment volg je de overledene als erfgenaam van rechtswege op in zijn bezit, staat in artikel 4:182 van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer het geld op je rekening staat, maakt voor box 3 dus niet uit.
Box 3 kijkt naar 1 januari. Volgens de Belastingdienst hoort een erfenis bij je vermogen, ook als die nog niet onder de erfgenamen is verdeeld. Erf je later in het jaar, dan geef je de erfenis pas op per 1 januari van het jaar erna. Zo staat het op de pagina Wat betekent een erfenis voor mijn aangifte inkomstenbelasting?
| Voorbeeld: overlijden | Geld op je rekening | Telt in box 3 vanaf |
|---|---|---|
| 10 oktober 2025 | Maart 2026 | 1 januari 2026 |
| 10 oktober 2025 | Erfenis nog niet verdeeld | 1 januari 2026 |
| 15 maart 2026 | Juni 2026 | 1 januari 2027 |
Voor een huis of ander vastgoed uit de erfenis noemt de Belastingdienst een uitzondering. Dat geef je al op in de aangifte over het jaar waarin je erft. Belasting betaal je er volgens de Belastingdienst meestal pas over vanaf het jaar erna. Hoe vastgoed in box 3 telt, lees je in Tweede woning in box 3.
PlanErf je in 2026, dan telt je deel voor het eerst op 1 januari 2027. Voor 2027 wil het kabinet het heffingsvrij vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon, volgens de Kamerbrief van 29 september 2026. Dat plan moet nog door de Tweede en de Eerste Kamer. Zie Box 3 in 2027.
Hoe geef je een erfenis op die nog niet verdeeld is?
Zolang de erfgenamen de erfenis niet hebben verdeeld, is er een onverdeelde boedel. Elke erfgenaam geeft dan in de eigen aangifte inkomstenbelasting zijn deel van de bezittingen en schulden op. Dat staat in de Fiscale informatie 2026 van de Belastingdienst. Het voorbeeld daar: op een spaarrekening uit de erfenis staat op 1 januari € 1.000 en er zijn 2 erfgenamen. Ieder geeft € 500 op als bezitting in box 3.
Je deel geef je op bij de soort bezitting waar het om gaat. Een bankrekening uit de erfenis valt onder bank- en spaartegoeden, met 1,28% (voorlopig) in 2026. Aandelen en fondsen vallen onder overige bezittingen, met 6,00%. Een verhuurde woning geef je op bij de overige onroerende zaken. Je deel van de schulden uit de erfenis geef je op bij je schulden in box 3. Erft een kind onder de 18, lees dan Spaargeld van je kind in box 3.
Wie betaalt box 3 over het jaar van overlijden?
Over het jaar waarin iemand overlijdt, doen de nabestaanden nog aangifte voor de overledene. Moet dat, dan stuurt de Belastingdienst meestal binnen 5 maanden na het overlijden een brief. Online doe je de aangifte met een nabestaandenmachtiging, vanaf 1 maart na het jaar van overlijden. Op papier gebruik je het aangifteformulier F, dat je aanvraagt bij de BelastingTelefoon voor nabestaanden: 0800-235 83 54. Beide routes staan op Hoe doe ik aangifte inkomstenbelasting voor een overledene?
In box 3 telt in die aangifte wat de overledene op 1 januari van het jaar van overlijden had. Het voordeel geldt voor het hele jaar: bij overlijden wordt het niet naar maanden herleid, volgens artikel 5.2, zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. Ook het heffingsvrij vermogen telt volledig. In de toelichting bij aangifte F over 2024 is dat € 57.000, het bedrag van dat jaar. Overleed iemand in 2025, dan gaat het om 1 januari 2025 en € 57.684.
Over het jaar van overlijden telt de erfenis dus bij de overledene. Vanaf 1 januari daarna telt die bij de erfgenamen.
Was je de fiscale partner van de overledene? Dan mag je kiezen om het hele jaar van overlijden fiscale partners te zijn, schrijft de Belastingdienst. Jullie tellen het vermogen dan samen en mogen de grondslag verdelen, met het dubbele heffingsvrij vermogen en een schuldendrempel van € 7.600 samen. Zonder die keuze zijn jullie fiscale partners tot de overlijdensdatum. De fiscale partner ondertekent de aangifte voor de overledene mee. Hoe verdelen werkt, lees je in Box 3 met een fiscale partner.
Wat gebeurt er in box 3 bij een wettelijke verdeling?
De wettelijke verdeling geldt als de overledene geen testament had, getrouwd of geregistreerd partner was en kinderen had. Met een testament geldt ze ook, als het testament haar niet uitsluit. De langstlevende echtgenoot krijgt dan alle bezittingen en schulden. De kinderen krijgen een geldvordering op die ouder ter grootte van hun erfdeel. Die vordering is in de regel pas opeisbaar als de langstlevende ouder overlijdt. Zo staat het in artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek en op de pagina Wat is de wettelijke verdeling?
| Situatie | Wat telt in box 3? |
|---|---|
| Kind met een niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder | Niets: de vordering is vrijgesteld |
| Langstlevende ouder met de bezittingen uit de erfenis | Alle bezittingen, voor de volle waarde |
| Schuld van de langstlevende ouder aan de kinderen | Telt niet mee als schuld |
| Kind met de blote eigendom, ouder met het vruchtgebruik | Kind niets, ouder de volle waarde |
Dat staat in de Fiscale informatie 2026, in de toelichting bij aangifte F en in artikel 5.4 van de Wet IB 2001. Waren je ouders niet getrouwd, dan gelden voor de vrijstelling extra voorwaarden. Ze moesten bij het overlijden op hetzelfde adres in de Basisregistratie Personen staan. En ze moesten ten minste 6 maanden voor het overlijden bij de notaris een zorgplicht voor elkaar hebben geregeld. Het maakt niet uit of het om een ouder of een stiefouder gaat.
Betaalt de langstlevende ouder je erfdeel eerder uit, dan kan dat volgens de Belastingdienst een schenking zijn waarover schenkbelasting betaald moet worden. Wat een schenking in box 3 doet, lees je in schenken en box 3.
Telt erfbelasting als schuld in box 3?
Erfbelasting is een andere belasting dan box 3. Je betaalt die als erfgenaam over wat je erft boven je vrijstelling. Box 3 belast daarna elk jaar je vermogen op 1 januari.
Nederlandse belastingschulden tellen in box 3 normaal niet als schuld. Erfbelasting is een uitzondering, volgens artikel 5.3, derde lid, van de Wet IB 2001 en de Fiscale informatie 2026. Moet je op 1 januari nog erfbelasting betalen, dan geef je die op als schuld. Heb je nog geen aanslag, dan mag je het bedrag schatten. Net als je andere schulden telt de erfbelasting alleen voor het deel boven de drempel: € 3.800, of € 7.600 met een fiscale partner.
Bij een overlijden in 2025 of eerder moet de aangifte erfbelasting binnen 8 maanden na het overlijden binnen zijn. Bij een overlijden in 2026 is dat 20 maanden, staat op Wanneer moet mijn aangifte erfbelasting binnen zijn? De aanslag kan dus ruim na 1 januari komen. Welke andere schulden meetellen, lees je in Schulden in box 3.
Rekenvoorbeeld 2026: € 100.000 aan beleggingen geërfd
Stel: je hebt € 50.000 spaargeld, geen schulden en geen fiscale partner. Je vader, die geen partner had, overlijdt in 2025. Je erft samen met je zus zijn beleggingen. Op 1 januari 2026 is jouw deel € 100.000 waard, ook al is de erfenis nog niet verdeeld.
Zonder de erfenis blijft je € 50.000 onder het heffingsvrij vermogen van € 59.357. Je betaalt dan geen box 3-belasting. Met de erfenis rekenen we de stappen van de Belastingdienst:
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rendement spaargeld | € 50.000 × 1,28% | € 640 |
| Rendement beleggingen | € 100.000 × 6,00% | € 6.000 |
| Belastbaar rendement | € 640 plus € 6.000 | € 6.640 |
| Rendementsgrondslag | € 50.000 plus € 100.000 | € 150.000 |
| Boven het heffingsvrij vermogen | € 150.000 min € 59.357 | € 90.643 |
| Aandeel | € 90.643 gedeeld door € 150.000 | 60,429% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 6.640 × 60,429% | € 4.012 |
| Box 3-belasting | € 4.012 × 36% | € 1.444 |
Het voordeel en de belasting ronden we naar beneden af op hele euro's, zoals de Belastingdienst in zijn rekenvoorbeelden.
Nu met erfbelasting. Als kind had je in 2025 een vrijstelling van € 25.490 en betaalde je 10% tot € 154.197. Was jouw deel bij het overlijden ook € 100.000 waard, dan is de erfbelasting (€ 100.000 min € 25.490) × 10% = € 7.451. Stel dat je die op 1 januari 2026 nog niet hebt betaald.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rendement spaargeld en beleggingen | € 640 plus € 6.000 | € 6.640 |
| Schuld boven de drempel | € 7.451 min € 3.800 | € 3.651 |
| Rendement schuld | € 3.651 × 2,70% | € 98,58 |
| Belastbaar rendement | € 6.640 min € 98,58 | € 6.541,42 |
| Rendementsgrondslag | € 150.000 min € 3.651 | € 146.349 |
| Boven het heffingsvrij vermogen | € 146.349 min € 59.357 | € 86.992 |
| Aandeel | € 86.992 gedeeld door € 146.349 | 59,441% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 6.541,42 × 59,441% | € 3.888 |
| Box 3-belasting | € 3.888 × 36% | € 1.399 |
Over 2026 betaal je dus € 0 zonder de erfenis, € 1.444 met de erfenis en € 1.399 als de erfbelasting op 1 januari nog openstaat. De 1,28% en de 2,70% zijn voorlopig. De Belastingdienst stelt ze begin 2027 vast, volgens de berekening box 3 voor 2026. Daalden de geërfde beleggingen in 2026, lees dan Tegenbewijs indienen: wanneer loont het?
Je eigen som maak je in de rekentool box 3. Tel je deel van de erfenis bij je spaargeld en beleggingen. Nog te betalen erfbelasting vul je in bij "Schulden of een tweede woning?".
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Met vragen over de aangifte na een overlijden kun je de BelastingTelefoon voor nabestaanden bellen: 0800-235 83 54.