Bijgewerkt op . Elke wijziging zetten we ook in Wat verandert er.
In het kort
- Wie uitleent: heeft een vordering. Die telt in box 3 als overige bezitting, in 2026 tegen 6,00%. Spaargeld telt tegen 1,28% (voorlopig).
- Wie leent: heeft een schuld. Die telt in box 3 voor het deel van al je schulden samen boven € 3.800, tegen 2,70% (voorlopig).
- Uitzondering: een lening tussen fiscale partners, of tussen ouders en een minderjarig kind, telt sinds 1 januari 2023 niet mee.
- Geen rente of minder dan 6%, en kun je het geld direct opeisen? Dan schenk je voor de schenkbelasting elke dag het gebruik van dat geld.
- Rekenvoorbeeld: met € 100.000 spaargeld betaal je over 2026 € 187. Leende je daarvan in december 2025 € 25.000 uit, dan is dat € 359.
- Bron: Belastingdienst en Successiewet 1956, gecontroleerd op 30 oktober 2026.
Wat geef je op als je geld uitleent?
Leen je iemand geld, dan blijft het van jou. Je hebt een vordering: het recht om het terug te krijgen. In box 3 geef je die op bij je bezittingen, volgens de Fiscale informatie 2026. Het gaat om de waarde op 1 januari. Meestal is dat het bedrag dat nog openstaat, plus de rente die tot die dag is opgebouwd.
Voor de som telt een vordering als overige bezitting, net als aandelen of een tweede woning. Daarvoor rekent de Belastingdienst in 2026 met 6,00%, tegen 1,28% (voorlopig) voor spaargeld. Zit je boven het heffingsvrij vermogen en haal je spaargeld van de bank om het uit te lenen, dan betaal je dus meer box 3, ook al blijft je vermogen gelijk.
De rente die je echt ontvangt, telt in de gewone som niet mee. Box 3 rekent met het percentage, niet met je opbrengst. Alleen als je tegenbewijs indient, telt de ontvangen rente mee in je echte rendement, volgens de Belastingdienst.
Wat geef je op als je geld leent?
Leen je zelf geld van familie of een vriend, dan heb je een schuld. Die geef je op in box 3, bij de schulden. Alleen het deel van al je schulden samen boven de drempel telt: € 3.800 per persoon in 2026, € 7.600 met een fiscale partner. Over dat deel gaat 2,70% (voorlopig) van je rendement af.
Blijft je vermogen onder het heffingsvrij vermogen van € 59.357, dan betaal je toch al geen box 3. De schuld verandert dan niets. Meer over schulden in Schulden in box 3.
Wanneer telt een lening in de familie niet mee?
Sinds 1 januari 2023 tellen twee soorten leningen niet mee in box 3: niet als vordering en niet als schuld. Dat staat in artikel 5.4a van de Wet IB 2001 en op Overige vorderingen en contant geld.
| Lening tussen | Telt mee in box 3? |
|---|---|
| Jou en je fiscale partner | Nee |
| Jou en je kind onder 18 | Nee |
| Jou en je kind van 18 of ouder | Ja, bij allebei |
| Jou en een broer, zus, vriend of andere familie | Ja, bij allebei |
Het gaat om de leeftijd op 1 januari. Wordt je kind in 2026 18, dan telt de lening voor 2026 nog niet en voor 2027 wel. Het vermogen van een kind onder 18 telt mee bij de ouder met het gezag: zie Spaargeld van je kind in box 3.
Rekenvoorbeeld 2026: € 25.000 lenen aan je dochter
Stel: je hebt geen fiscale partner en € 100.000 spaargeld. In december 2025 leen je € 25.000 aan je dochter van 26 voor een auto. Jullie spreken 5 jaar looptijd af en 3% rente, die ze elke maand betaalt. Op 1 januari 2026 staat de hele € 25.000 nog open. Dit zijn voorbeeldbedragen.
| Stap | Som | Bedrag |
|---|---|---|
| Rendement spaargeld | € 75.000 × 1,28% | € 960 |
| Rendement vordering | € 25.000 × 6,00% | € 1.500 |
| Rendement samen | € 960 plus € 1.500 | € 2.460 |
| Rendementsgrondslag | € 75.000 plus € 25.000 | € 100.000 |
| Boven het heffingsvrij vermogen | € 100.000 min € 59.357 | € 40.643 |
| Aandeel | € 40.643 gedeeld door € 100.000 | 40,643% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 2.460 × 40,643% | € 999 |
| Box 3-belasting | € 999 × 36% | € 359 |
Zonder de lening staat de hele € 100.000 op de bank. Je rendement is dan € 1.280, je voordeel € 520 en je box 3 € 187. De lening kost je in box 3 over 2026 dus € 172 extra. Lost je dochter af, dan wordt dat elk jaar minder. De rente die ze betaalt, hooguit € 750 in het eerste jaar, zit niet in deze som. Net als de Belastingdienst in zijn rekenvoorbeelden ronden we het voordeel en de belasting naar beneden af.
Helpt tegenbewijs? Bij tegenbewijs is er geen heffingsvrij vermogen. Krijg je 1,5% spaarrente, dan is dat al € 1.125 over je € 75.000. Met de rente van je dochter erbij kom je ruim boven het voordeel van € 999. Tegenbewijs helpt hier dus niet. Met een groter vermogen kan dat anders uitvallen: reken het na met de rekentool tegenbewijs.
En je dochter? Zij geeft een schuld van € 25.000 op, waarvan € 21.200 boven de drempel telt. Heeft ze verder weinig vermogen, dan betaalt ze geen box 3, met of zonder lening.
Lenen voor een eigen huis
Leent je kind bij jou voor het huis waar het zelf gaat wonen, dan kan de schuld bij je kind in box 1 vallen. Je kind mag de rente dan aftrekken. Volgens de Belastingdienst gelden daarvoor deze voorwaarden:
- Het geld is voor het kopen, verbouwen of onderhouden van de eigen woning.
- Je kind lost in maximaal 30 jaar minstens annuïtair of lineair af. Het minimale bedrag per jaar staat in de leenovereenkomst.
- De rente is marktconform: ongeveer wat een bank zou vragen.
- Je kind betaalt die rente ook echt. Rente die jij kwijtscheldt, is niet aftrekbaar.
- Jullie zijn geen fiscale partners van elkaar.
- Je kind geeft de gegevens van de lening door in zijn aangifte. Anders is er geen aftrek.
Voor jou verandert er niets: je vordering telt gewoon in box 3, tegen 6,00% in 2026. Hoe de eigen woning en box 1 samengaan, lees je in Overwaarde van je huis en box 3.
Geen rente of een lage rente
Lenen zonder rente mag. Maar voor de schenkbelasting telt het dan soms als schenking. Volgens artikel 15 van de Successiewet gebeurt dat als twee dingen samengaan:
- De lening draagt geen rente, of minder dan 6%. Dat percentage staat in artikel 10 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet.
- Je kunt het geld direct terugvragen, volgens de afspraak of in de praktijk.
Dan schenk je vanaf dat moment elke dag het gebruik van dat geld. Dit geldt voor een lening die je als persoon geeft, niet als onderdeel van je beroep of bedrijf. Spreek je een vaste looptijd af, dan geldt de regel pas vanaf het moment dat je het geld kunt terugvragen. Laat je het daarna zonder rente staan, dan geldt hij alsnog. Of je kind schenkbelasting betaalt, hangt af van de vrijstelling.
Een lening kwijtschelden
Scheld je een lening of een deel ervan kwijt, dan is dat een schenking. In de aangifte schenkbelasting 2026 is het een aparte soort schenking: een kwijtschelding van een schuld of lening. De ontvanger betaalt schenkbelasting over het deel boven de vrijstelling: in 2026 € 6.908 van ouders aan een kind, € 2.769 van ieder ander.
In box 3 verdwijnen je vordering en de schuld van de ontvanger op het moment van kwijtschelden. Scheld je in december 2026 kwijt, dan telt de lening voor 2027 niet meer mee. Bij jou niet en bij de ontvanger ook niet.
Verandert dit in 2027 of 2028?
PlanVoor 2027 wil het kabinet het heffingsvrij vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon, en het forfait voor overige bezittingen 1,5 procentpunt verhogen. Dat staat in de Kamerbrief van 29 september 2026. Uitgeleend geld valt onder die overige bezittingen.
PlanVanaf 2028 wil het kabinet je echte rendement belasten, met rente en dividend elk jaar. Dan telt de rente die je ontvangt. Hoe leningen in de aangepaste wet precies meetellen, staat nog niet vast. Lees meer in Box 3 vanaf 2028. Beide plannen moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Leen je een groot bedrag, of is het voor een huis, dan kan een notaris of belastingadviseur de afspraken met je doorlopen.